22-03-05

POEZIE

In de "Middag van de Poëzie" dat het Gents Poëziecentrum maandelijks verstrekt, was het vandaag de beurt aan de Nederlandse dichteres ASTRID LAMPE (Tilburg 1955).
Zij debuteerde in 1997 met haar dichtbundel "Rib" dat genomineerd werd voor de C.Buddingh'prijs.
Haar tweede bundel "De sok weer aan" uit 2000 werd dan alweer genomineerd voor de VSB-poëzieprijs.
In 2002 verscheen haar laatste bundel "De memen van Lara", eveneens genomineerd.
En dit jaar nog verschijnt er een vierde bundel.
Astrid LAMPE heeft haar wortels in de theaterwereld, was werkzaam als actrice en regisseuse. Steeds vaker wordt ze gevraagd voor museale projecten.  Ze houdt van de wisselwerking tussen haar poëzie en de beeldende kunst en dat merk je vooral in de manier waarop ze haar "zingende woorden" voordraagt.
Ze laat zich niet in een hokje stoppen; zegt zelf dat ze onsamenhangend schrijft en dat haar gedichten er niet zijn om mooi te wezen.
LAMPE wil dat de lezer steeds terugkomt om te blijven stoeien met het gedicht net zo lang het gedicht hem/haar meevoert als in een kermisattractie.
Niet bepaald gemakkelijk voor de lezer, vind ik.
't Best leent zich haar poëzie als ze die zelf voordraagt want ze heeft een fluwelen stem en gesticuleert heel sierlijk.
 
 
 

15:38 Gepost door Iris | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.