16-09-05

POEZIE

Gent heeft er een nieuw "gevelgedicht" bij, dat kadert in de Poëzieroute.
Donderdag 15 sept. werd het gedicht "Verzet"van Remco Campert onthuld aan de gevel van het Geuzenhuis, Kantienberg 9.
 
Remco Campert (Den Haag, 28/07/1929) schrijft columns, proza en gedichten.  In 1950 richtte hij samen met Rudy Kousbroek het tijdscchrift Braak op.  Later traden Lucebert en Bert Schierbeek toe en vanuit die kerngroep ontstond dichtersclub "de Vijftigers".  Campert werd bestempeld als de meest verstaanbare "Vijftiger".
 
Volgens Campert schuilt onder de ogenschijnlijke vredelievende wereld een vijandige.  Het is een wereld waarop de mens, hoe nuchter ook, geen vat heeft.  Elke actie eist een reactie.  Bij Campert bestaat die uit een zoete woestheid, bedekt onder een laag droge humor. Wie door die laag kan kijken vindt de twijfel als kenmerk van intelligentie en een liefde voor de jeugd.
 
Die twijfel wordt prachtig verwoord in onderstaand gedicht dat gaat over een alledaags voorval op straat.  Het kind, een meisje in dit geval, torent boven de volwassene uit door haar openheid.
 
Het vertellen van het voorval is bovendien een manier om een andere levensvisie van Campert weer te geven : de mens wikt maar het toeval beschikt.
Het gedicht is ook kenmerkend voor de lievelingswereld van de dichter, de stad.  De kakafonie van de stad, die 's nachts tot kunst verwordt in de kroegen, en jazz genoemd wordt, is zijn derde grote liefde.
 
Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden
 
zoals storm met zacht geritsel in de tuin
of de kat die de kolder in z'n kop krijgt
 
zoals brede rivieren
met een kleine bron
verscholen in het woud
 
zoals een vuurzee
met dezelfde lucifer
die de sigaret aansteekt
 
zoals liefde met een blik
een aanraking iets dat je opvalt in een stem
 
jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet
 
en dan die vraag aan een ander stellen
 
Remco Campert

 


 

14:37 Gepost door Iris | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.