10-01-06

POEZIE

 

Een doordeweeks poëzie-moment vooral in de winter kan zo'n deugddoend innerlijk gevoel brengen.

HetPoëziecentrumGenthttp://www.poeziecentrum.be/documents/home.xml

had vandaag Geert Van Istendael (Ukkel 29/03/1947) op de affiche.

Ondanks de bijtende koude stond er reeds een file geïnteresseerden aan te schuiven om, in de zolder-nok van het Torentje - Vrijdagmarkt (een prachtig gebouw waar in de Middeleeuwen vlas werd verhandeld), onder de fraaie authentieke balken en een gezellig gedempt licht, gedurende ruim anderhalf uur, te genieten van deze taalvirtuoos, geïnterviewd door Johan De Boose, auteur en verbonden aan het centrum.

 

Van Istendael doet je aan zijn lippen hangen, boeit zonder verpinken en heeft zo'n perfecte uitspraak dat jezelf je tong wel 10 keer zoudt omdraaien vooraleer je je mond opent.

Hij meandert, in het voordragen, tussen verschillende talen, als geen ander en zijn journalistieke kennis laat zich voortdurend voelen. 

 

In 1993 nam hij ontslag als journalist bij de televisie om zich volledig aan zijn schrijverschap te kunnen wijden.

Als essayist, columnist, polemist, dichter en prozaschrijver blijft hij gefascineerd door het Belgische politieke bestel en in het bijzonder door zijn geboorte- en woonstad Brussel.

Bij een groot lezerspubliek heeft hij vooral bekendheid verworven met boeken als Het Belgisch labyrint of de schoonheid van de wanstaltigheid (1989) en Alle uitbarstingen (2001).

In 2005 verscheen Mijn Nederland.

 

In 2002 werd hij door het Poëziecentrum gevraagd om een gedicht te schrijven voor Gedichtendag (Berceuse voor slapelozen).

Zijn bundel "Taalmachine" (2001) gaf hij een motto mee van Rilke :"Alles Erwarbene bedroht die Machine" (De machine bedreigt alle menselijke verworvenheden).

Zijn poëzie breekt dan ook met een maatschappij die zichzelf verliest in "de desastreuse modernisering" van een geïndustrialiseerde en technologische wereld waar de mens en de menselijkheid dreigen verdrukt te worden.

 

Van Istendael noemt zichzelf een reactionair als pleitbezorger van het behoud van de schoonheid van ambachtelijk gemaakte dingen en het historische cultuurpatrimonium en de volksbuurten in een stad als Brussel waarin de verloedering en woekerpraktijken van slopers-bouwheren worden aangeklaagd.

Dit leidt tot een eigentijdse poëzie die de lijn doortrekt van de gedichten van Rainer Maria Rilke en het poëtische humanitaire van Bertolt Brecht.

 

Nen Brusseleer waar onze hoofdstad terecht fier mag op zijn !

Met alweer wat mooie poëtische bagage in de rugzak, keerde ik tevreden huiswaarts.

 

zie ook : http://www.bocobrussel.be/Thema'sVanIstendael.htm

 

 

17:20 Gepost door Iris | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.