13-03-06

NOSTALGIE

Nostalgie, ik vind dat zo'n schoon woord, boordevol betekenissen, emoties en zelfs geschiedenis.  Een woord dat een mensenleven meegaat en dat nog ver daarna, door je nazaten, overgenomen wordt.

Een woord dat doet mijmeren en je even het "hier en nu" doet vergeten.  Een woord ook dat zowel het positieve als het negatieve in zich draagt.

Volgens de Grote Van Dale betekent nostalgie "heimwee naar een beleefd verleden". De heren-samenstellers van Van Dale zullen het wel best weten, maar voor mij gaat nostalgie verder dan alleen maar heimwee.  Voor mij heeft dat woord ergens een dubieuze bodem : enerzijds wat heimwee, anderszijds een stuk bevrijding.

Nostalgie schommelt mij tussen wat ik bewust wil meedragen uit het verleden, maar ook datgene wat ik bewust op de bodem van mijn rugzak duw en nog even wil bewaren maar dat mijn leven niet meer bepaalt.

Onlangs las ik "Het geheim" http://www.bruna.nl/is-bin/INTERSHOP.enfinity/eCS/Store/-...

van Anna Enquist

waarin nostalgie als een rode draad loopt en waarbij ik toen bij de betekenis ervan lang ben gaan stilstaan totdat ik uitkwam bij mijn eigen verhaal :

Muzikale terugblik

 “Glücklich ist…wer vergisst…was doch nicht zu ändern ist” las ik onlangs in “Het geheim” van Anna Enquist.

 “Glücklich ist…wer vergisst…was doch nicht zu ändern ist” galmde de sopraan uit Die Fledermaus tot in de barstensvolle nok van het operahuis waarop een echo van daverend handgeklap, vanuit diezelfde nok, terugkaatste.

Een tijdspanne van pakweg 50 jaar

ligt voor mij in dit citaat geborgen.

Er schuilt een melodie achter die woorden, wist ik, en ik deed er een etmaal over om die tijdens de beddenopmaak en de pruttelende kookpotten te ontdekken om het vervolgens nog een etmaal lang in mijn hoofd te laten weerklinken : in de lift, bij de bushalte en zelfs het omdraaien van de kluissleutel deed ik in dezelfde operettecadans.

Het volgend etmaal dwong ik mezelf terug in de tijd toen ik, amper 8, elke zondagnamiddag, moeder vergezelde naar de Opera.  Zo werd dit toen gezegd : “We gaan naar de Opera”

Om de week was er een nieuw programma, afwisselend opera en operette.  En als er een “Wagner” werd gespeeld voegde mijn moeder er trots aan toe dat we naar een “zwaar stuk” zouden gaan en dan keek onze omgeving ons met grote bewondering aan.  Puccini, Verdi, Bizet, Massenet, Strauss, Léhar en zoveel anderen, ze bepaalden mijn “zondags goed, minder goed of vervelend gevoel” en gaven mij een  hoogte- of laagtegraad aan wat mijn verlangen betrof naar alweer een wekelijkse  maandagochtendschoolstart.

Bij Verdi bvb. verheugde ik me op een genietbare zondagnamiddag. Bij  Wagner, daarentegen, mochten de uitvoerders, voor mijn part,  wat vlugger opschieten, terwijl Wagner sowieso, keer op keer, langer uitliep zodat  ik hem mijn zondagse kwelgeest noemde.

Deze zondagsmatinées kenmerkten mijn jeugd- en adolescentiejaren tot ik het, op mijn twintigste, voor bekeken hield en het  waagde om af te haken tot grote consternatie van moeder, die zich afvroeg of al die kunstzinnige jaren dan voor niets geweest waren.

Op ’t eerste zicht bleek het van wel want ik moest en zou mijn verloren jeugdjaren inhalen !  Als een achterstallige tiener

wierp ik me op Paul Anka, Elvis en later The Beattles.

Ik had immers zoveel goed te maken bij mijn leeftijdgenoten.

Moeder en vader vreesden dat ik me in verdorvenheid had gestort en schudden machteloos en zuchtend hun hoofd.

Maar ik was niet meer te houden : weg met die “zware Wagner”, weg met die masochistische helden en zichzelf kwellende jonge meisjes die de ontluikende liefde terstond inruilden voor het kloosterleven.

Het leek alsof  ook ik aan het ergste was ontsnapt.

Tijd nu voor ’t swingende en ’t rockende, tijd om te leven !

Op mijn zolderkamertje haalde ik in wat ik achterop stond.  Terwijl op het gelijkvloers het “Slavenkoor” van zich liet horen, daverde het onder de dakpannen dolle klanken.

Ik hoorde er weer bij, ik was eindelijk het kind van mijn tijd.

En toch…is ’t niet helemaal voor niks geweest.  Zeker de Italiaanse componist Guiseppe Verdi (1813-1901)

http://www.maurice-abravanel.com/verdi_nederlands.html

is nu mijn opera-goeroe geworden, maar ik heb zijn belcanto geruild voor zijn prachtig “Requiem” dat me, nu meer dan ooit,  meetroont naar hemels genieten.

Mijn moeder daarentegen kan er nog altijd niet inkomen dat er een waaier van muzikale diversiteit in mijn leefwereld prijkt.

Daarom draag ik deze muzikale strofe aan haar op :

“Glücklich ist…wer vergisst…was doch nicht zu ändern ist”.

En ma.... 

jij houdt voor immer en altijd in jouw enige en ware betekenis "mijn nostalgie" hoog !

Zou het kunnen dat de nakende Moederdag mij reeds in haar greep heeft ?

 

 

 

 

 

 

 
 

 

10:28 Gepost door Iris | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

wagner... ... is niet bepaald lichtvoetig ook hé? Ik herinner me nog de vergelijking die Louis de Funés gebruikte in 'L'ail ou la cuisse': "Wagner c'est fait pour le gibier, le gros gibier, le rhinocéros" (toen hij iets fijns ging klaarmaken, in z'n rol van chef-kok)
groetjes en een leuke avond,
karlo
(en ik heb een linkje geplaatst naar je plekje op het net...)

Gepost door: karlo | 13-03-06

De commentaren zijn gesloten.