06-05-06

WOEKERKUNST

Ik hou van kunst in vele vormen, ik hou nog meer van haar kronkelende, soms confronterende achterliggende boodschap en ’t meest van al hou ik van haar schepper die op een vaak eigenzinnige, veelal noodzakelijke wijze uiting geeft aan innerlijk knagend vuur, zure oprispingen en brakende opwellingen tot het verworden van uiteindelijke tastbaarheid.

Waar ik helemaal niet van hou zijn de recordprijzen op de kunstmarkt of wat de volksmond zegt : “een schilderij is waard wat de gek ervoor betaalt”, m.a.w. de keiharde logica van de vrijemarkteconomie of simpel weg vraag en aanbod.

L’Arlésienne,  het portret van éne madame Ginoux, door Van Gogh uit 1890 werd vorige dinsdag bij Christi’s afgehamerd tegen 40,3 milj. dollar (nieuwe eigenaar onbekend).  Tezelfdertijd, bij de afdeling “impressionistische en moderne kunst” gingen twee Picasso’s van de hand voor de woekerprijzen van 18,6 milj. dollar (Portret van Germaine – 1902) en 34,7 milj. dollar (Le repos – 1932).

Volgens kunsthandelaars en –kenners is de markt een beetje oververhit doordat iedereen met poen investeert in kunst.  De nieuwe rijken in Rusland en China bepalen, naar het schijnt, tegenwoordig de kunstmarkt en er lijkt geen limiet te bestaan op topveilingen.

Nou, voor mijn part mag het kunstverkoopklimaat een paar warmtegraden minderen want naar mijn gevoel doet men afbreuk aan de creatieve kunstuitingen  van de overledene en eert men, uit puur winstbejag, enkel nog zijn naam.

De toptien, met de prijzen in dollar, de eenheidsmunt van de kunstwereld :

Picasso – Garçon à la pipe (104,1 milj. dollar)

Van Gogh – Portrait du dr. Gachet (82,5milj. dollar)

Renoir – Au moulin de la Galette (78,1 milj. dollar)

Rubens – Het bloedbad onder de onschuldigen (76,7 milj. dollar)

Van Gogh – Portrait de l’artiste sans barbe (71,5 milj. dollar)

Cézanne – Rideau, cruchon et compostier (60,5 milj. dollar)

Picasso – La femme aux bras croisés  (55 milj. dollar)

Van Gogh – Les iris (53,9 milj. dollar)

Picasso – Les Noces de Pierrette (51,65 milj. dollar)

Picasso – Zittende vrouw in de tuin (49,5 milj. dollar)

 

Hierbij tevens eerbetoon aan het onlangs, op 84 jarige leeftijd overleden, Cobra-icoon Karel Appel.  Deze Nederlandse schilder was het laatste overlevende boegbeeld van de Cobragroep (waartoe ook onze eigenste Hugo Claus ooit behoorde) die na de Tweede Wereldoorlog de kunst een nieuw elan gaf.  Zelf zat de kleurrijke oproerkraaier nooit verlegen om een straffe uitspraak : “Ik rotzooide maar wat aan”, is misschien wel zijn eigen cynische vooruitblik op het postuum prijzengetrek dat hem nog te wachten staat.

 

 

 

09:17 Gepost door Iris | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

Commentaren

karel appel goed dat je aan karel appel denkt, een fijne man, met zijn wilde kleuren en zijn dikke pakken verf. ik was hem al bijna vergeten.

Gepost door: martin | 06-05-06

over kunst en eenlingen heb vanmorgen ook gelezen dat Appel overleden is. Wat een vreemde tijd. Reve, Appel. Iconen, maar ze lijken in de marge te staan. euh.. ik weet het niet...
Gelukkig ben je niet zo'n markt-vrouw. Gezellig met de buurvrouw over de markt lopen, de enige dag van de week dat de sleur van alledag gebroken kan worden... Gelukkig voor jezelf dus.
Groetjes, Iris, blij dat ik je virtueel tegenkwam
karlo

Gepost door: karlo | 06-05-06

tja Jouw visie is het bedenken waard. Maar ja, zo gaat dat even. Alle nalatenschap van onm het even welke bekende persoon wordt geveild. Een zich verrijken op de rug van een overledene? Of... misschien tegelijk een overledene in de schijnwerpers brengen. Naja, een mes snijdt aan beide kanten....
Mit herzlichen Grüßen eines Menschen, wessen Nachlass niemand versteigern wird!

Gepost door: sebastian | 06-05-06

De commentaren zijn gesloten.