23-06-06

CULTUURVERDRIET

Ik mag dan wel een moeder en een oma zijn, oog voor schoonheid verblindt niet met de jaren.  En als bewondering gezond verstand niet overstijgt, dan kom ik er met fierheid voor uit dat een jonge, knappe adonis aan mijn oogveld niet gauw ontsnapt.

Met pak en zak beladen en naar gewoonte veel te vroeg, steven ik af op de eerste de beste vrije zetel wachtend om in te checken voor de terugvlucht naar Zaventem.

Valiezen keurig naast elkaar geschikt, handbagage op een ander vrij zitje en met een zucht van “we zijn er geraakt”, plof ik neer met hoog in mijn vizier het digitaal paneel van de vluchten. Wat begint een mens zoal om de lange wachttijd te doden ?  Met een geforceerde nieuwsgierigheid loop ik de uiteenlopende bestemmingen af : van ’t Westen tot 't Oosten en ver daarbuiten; ik onderwerp mij aan mijn schoolkennis en test mezelf door de hoofdsteden te koppelen aan het juiste land : Helsinki, Kopenhagen, Moskou, Praag, Boekarest…..

Pas als ik mijn nekspieren voel en, uit verveling, tot tweemaal toe mijzelf heb ondervraagd, richt mijn belangstelling zich op het grondterritorium rondom mij.  Links van mij een druk tetterende vrouw in een allegaartje die ik niet kan thuis brengen en waarvan ik het op de zenuwen krijg.

En dan ineens, recht voor mij, op een karretje een buitengewoon grote rode koffer met daarnaast een tweede karretje met een eleganter en meer bescheiden valiesje.

Achter dit stilleven van ijzer en leder, ontdek ik twee ineen en overeen gedoken jonge lichamen.  Amaai, denk ik bij mezelf, wat een souplesse !  ’t Zou mij in ieder geval niet meer lukken, denk ik er onmiddellijk bij.  Maar als ik even dit denken achteruit schroef dan zie ik mezelf in een jongere versie, in een ver verleden, evenzo verstrengeld….

Bij deze gedachte alleen al en met dit levend liefdesmonument voor mij gaat er meteen een milde, ja zelfs tedere, stroomstoot door me heen. 

Plots richt de éne helft van de ineengehaakten zich op.  Wilde haardos, blozende wangen, gulle mond en ogen die zelfs mij doen verdrinken.  Wat een schone jongen flitsen mijn hersenen.  En dan, heel langzaam, als een ontwakende fee, komen lange blonde lokken dansend omhoog en kijken me halfdronken hemelsblauwe ogen vluchtig aan zonder me echt te zien en dromerig gaan diezelfde ogen op in die waarin ikzelf ook bijna blozend verdronk. 

Genoeg om mijn aangeboren fantasie los te laten. Zouden die twee huiswaarts keren van hun eerste gezamenlijke verre reis of zijn ze zomaar elkaars opgescharreld vakantieliefje ?

Vanaf nu staat mijn aandacht op scherp.  Maar mijn eigen jonge jaren indachtig en uit eerbied voor hun knuffelende lichaamstaal en….omdat ik dit jong geweld zelf zo teder en liefdevol vind, verdiep ik me in een onnozel brochuurke die mij langs geen kanten interesseert.  Mijn gehoor blijft echter scherp.  Engels lijkt hun voertaal, maar als ik mijn gehoor nog een graadje meer op scherp draai, ontwaar ik bij de adonis een Spaanse tongval, terwijl ik bij de nimf geen specifieke herkomst bespeur.  Tot zijn gsm afgaat en hij een ratel van zijn beste Spaans afsteekt, terwijl zij, uit pure noodzaak – of is het beleefdheid – de andere kant uitkijkt.

Genoeg voor mij om de situatie nog onduidelijker te vinden.  Ineens zie ik door hun verliefdheid heen, dat vleugje tristesse en overkomt me warempel dat even triestig gevoel van afscheid nemen, die ik gedurende mijn eigen leven ontelbare keren heb moeten doorstaan. 

Plots veert de frêle nimf recht, ogen strak gericht op het incheckbord, ik haar blik volgend die blijft hangen op Boekarest.  Ik voel me betrapt en richt me weer tot mijn armtierig brochuurke  en blindelings zie en voel ik hun tranen opwellen, hun haren verstrengelen, hun jonge lijfjes in elkaar krimpen.  In mijn keel een krop, door mijn lichaam een stilstand, een terugblik, een herkenning, een gevoel van lang geleden dat ik verdwenen meende.  Cultuurverdriet, het is en blijft iets van alle tijden.

“Ja, ’t is aan ons” zegt ineens de verre stem van mijn partner vlak naast mij.  De werkelijkheid roept, ik hijs me recht uit het verleden en volg hem naar de incheckbalie.  Niet echter zonder, voor de laatste keer, over mijn schouder heen te lonken.

“Zijn we iets vergeten ?” vraagt hij zorgzaam.

“Euh, neen, we hebben alles bij” en ik stap mee in het heden.

 

21:35 Gepost door Iris | Permalink | Commentaren (6) |  Facebook |

Commentaren

*** Weer heel mooi vertelt Iris! ik wens je nog een prettig weekend ciao

Gepost door: emmy | 23-06-06

adem onze adem Iris, ik heb de slechte gewoonte om bij langere blogteksten snel af te haken, da's weer veel te gerokken proza voor een probeersel van een roman, denk ik makkelijk en weg ben ik, op jacht naar het kortere en het snedige, de haakse bochten en het flitswerk, deze keer las ik aandachtig door, me van niks anders bewust dan van je verhaal. Dat vind ik een verdomd goed teken, schone schrijfster, dit is verrassend knap werk, je bent een prachtige trage woorden-dame, de bloglady van de lange adem.

slaapwel groot meisje,
Marlon.

Gepost door: marlon | 23-06-06

mooi ja, en vroeger was ik ook zo lenig.
Nu nog hoor.
Denk ik.
'Een goed gedacht is veel waard' zeggen ze hier in de streek. Misschien hebben ze hier wel gelijk.
;-)

Gepost door: Evy | 24-06-06

:-) dat is wel een triest verhaal zeg... maar wel ook fijn om te lezen ;-)

Gepost door: Ourlipsaresealed | 24-06-06

:-) inderdaad! je mag natuurlijk uw mening geven, maar de zondag is anders zo'n saaie dag en zo wat weetjes over seks of dingen omtrent seks zijn wel gewild zie ik altijd aan het aantal bezoekers ;-)
Het is heel fijn dat je je mening gaf :-) da's tenminste eerlijk!
Nog een fijne zondag

Gepost door: Ourlipsaresealed | 25-06-06

tristesse een aangrijpend tafereel Iris, prachtig neergepend. nog een weekje en dan neemt zoonlief op Schiphol ook weer afscheid van zijn Koreaanse vriendin... bij een vorig afscheid was ik erbij... ik blijf thuis nu Iris, zeker weten.
groetjes, loretta

Gepost door: loretta | 26-06-06

De commentaren zijn gesloten.