20-11-06

EVEN NIETMEER.....

Gebrek aan tijd en bloginspiratie

Een wachtende stapel lektuur

De zorg aan onze beide moeders

De opvang van ons kleinkind

Een tweede op komst

De drang tot het neerpennen van

kinderverhalen op kleinzoon formaat

 

Dit alles deed me besluiten tot een tijdelijke blogsabbat

 

Aan alle blogvrienden en passanten

dank voor jullie reacties en/of bezoekjes

 

Mijn leven is een komen en gaan op kruisende wegen en op de zijpaadjes herschik ik even mijn rugzak.......

                                                                        Iris

iris7

 

08:09 Gepost door Iris in Algemeen | Permalink | Commentaren (24) | Tags: dank en afscheid |  Facebook |

16-11-06

GENTSE PRIMEUR : EERSTE MUSEUMNACHT

griezelen 3Tijdens de eerste Gentse Museumnacht, vandaag, staan zowat alle belangrijke musea open voor het publiek, gratis en voor niets !  Het is de moeite waard om vanavond van 18u tot middernacht Italiaanse schoonheden (Museum van Schone Kunsten), katoenkabaal (Museum voor Industriële Archeologie-MIAT), Italiaans glas (Design Museum), oude filmpkes (Huis van Alijn), het futurisme (S.M.A.K.) en Griezelen in het Guislain-museum onze luie zetel te ruilen voor een avondje stappen, van hier naar daar.

In het Guislain Museum http://www.museumdrguislain.be/nl/index.html krijgen we een angstaanjagende ontmoeting met Het Kwaad  :Over onmensen, zedige mensen en onszelf

‘Voorbij Goed en kwaad’

griezelen 4is een tegenstelling die elke samenleving beheerst en intrigeert. Er zijn altijd verboden en geboden. Er zijn scheidingslijnen tussen wat niet mag en wat moet. Moraal is een onderwerp dat ook ieder mens bezighoudt, doet nadenken en bij momenten zelfs doet huiveren. Wie is ‘psychopaat’? Wat was een ‘moreel krankzinnige’? Bestaan er ‘gemene gezichten’? Aan de hand van oude en hedendaagse kunstwerken, maar ook voorwerpen en documenten wordt ‘moraal en misdaad’ in beeld gebracht.

In de zalen kunstcollectie presenteert het museum de pas verworven werken van de Franse kunstenaar Francis Marshall: 'goed en kwaad' is een belangrijk thema in zijn werk

In samenwerking met Universiteit Gent/The Moral Brain

Tijdens deze eerste Museumnacht kan je hier terecht voor een nachtelijke wandeling – zaklamp incluis – waar we vaak zullen botsen op de term imbécilité morale of wat we vandaag psychopathie noemen.

Volgens directeur Patrick Allegaert  werd, in vroegere tijden, een psychopaat gezien “voorbij goed en kwaad”.  Dat was de initiële prikkel om, vertrekkend vanuit de geschiedenis van de psychiatrie, de wereld van “het goede” en “het kwade” te tonen doorheen de cultuurgeschiedenis.

Naar het schijnt begint de rondleiding vrij zachtaardig en gaan we op zoektocht naar de oorsprong van moraal.  Daarvoor keek men in het verleden graag naar het rijk der dieren die net zoals de mensen al eens slecht gedrag durven te vertonen.  We horen dat er in de 16e eeuw zowaar dierenprocessen werden gehouden.  Eén tafereel toont een varken dat ter dood veroordeeld werd omdat het zijn boer in de trog gesmeten had.  Ook meer recent vertonen sommige beesten tekenen van onbetamelijk gedrag.  In 2003 is een medewerker van het Natuurhistorisch Museum van Rotterdam getuige van een erg bizar tafereel : een eend vliegt zich te pletter tegen een glazen wand en wordt ook nog eens verkracht door een andere eend. Necrofilie in het dierenrijk dus.  Naar het schijnt is het slachtoffer, in opgezette versie, te zien in deze tentoonstelling.

Nog natrillend van deze bestialiteit, loop je de hoek om op het monster van Frankenstein, die je in de smalle lichtstrook van je zaklantaarnke prompt aan ’t krijsen brengt.

Behalve voorbeelden van hoe de duivel of het kwade in verschillende culturen getoond wordt, vinden we hier de link met de wetenschap terug.

Vroeger dacht men dat het gezicht van psychopaten hun donkere ziel weerspiegelde.  In recentelijk wetenschappelijk onderzoek kijkt men niet meer naar het gezicht of de schedel van de boosdoeners, men probeert echter te zien wat zij zien of juist niet zien.

Even verderop passeer je dan een aantal objecten die verwijzen naar de godsdienstige opvoeding waarmee men vroeger de boosheid uit de kindjes wou krijgen.

Bij het betreden van de museumzone “Voorbij goed en kwaad” is de moraal vanwege extremisme of gewoon ziek zijn  helemaal verdwenen.  Men ziet er o.a. speelgoed van kindsoldaten uit Zaïre.

Deze tentoonstelling suggereert niet dat er vroeger nog rechtvaardigheid was en dat we nu in een maatschappij voorbij “goed en kwaad” leven, maar veeleer dat er verschillende visies op het thema zijn.  Naar het schijnt heb je toch als bezoeker in deze donkere nachtelijke stonden het gevoel door de duivel op de hielen gezeten te worden.

 

Het Kwaad, rondleidingen om 19u, 21u30 en 22u30 in het Museum dr. Guislain.  Men kan natuurlijk ook bezoeken tussen de rondleidingen door, op eigen risico……

 

Dat we deze avond sowieso de straat optrekken en een paar musea aandoen, is een feit, maar of we ook gaan griezelen, daar moeten we nog om tossen, want ik ben op griezelgebied maar een klein lichtje…..

 

14-11-06

LITERATUUR

Besson 2

Nog maar zelden ontmoette ik een auteur die gevoelens, ingetogen passie, onvoorwaardelijke liefde zo subtiel en stijlvol in woorden brengt als in Breekbare dagen van Philippe Besson.

Deze roman is het door Besson bedachte dagboek dat Arthur Rimbaud ’s zus Isabelle bijhield gedurende de laatste maanden van het leven van haar broer.  Het is het verhaal van een rusteloze jongen, zoon van een vader die het gezin al vroeg verliet, en van een hardwerkende, bitse moeder die weinig begrip kan opbrengen voor de gevoelige, poëtische natuur van haar zoon.

In juli 1891 keert Arthur Rimbaud na een verblijf van vele jaren in het buitenland terug naar Frankrijk.  In het ziekenhuis van Marseille laat hij zich behandelen voor een infectie aan het been, dat uiteindelijk moet afgezet worden.  Voor het eerst in lange tijd komt hij terug in zijn ouderlijk huis bij zijn moeder en zijn zus.

Meer nog is Breekbare dagen het tragische verhaal van de liefdevolle hereniging van een broer en een zus, wier verhouding na jaren weer een nieuwe kans lijkt te krijgen, een kans die wreed verstoord wordt door de vroege dood van Arthur.

Met een grote sensibiliteit en geloofwaardigheid slaagt Philippe Besson erin door te dringen tot de intimiteit van broer en zus en betekenis te geven aan dat wat eerder niet werd gezegd.  De woorden zijn eenvoudig, de zinnen kort en de emotie is intens.

Eens totaal anders dan de liefde tussen man en vrouw; fijnzinnig, zuiver, eerlijk, puur, vergevingsgezind….

 

Breekbare dagen van Philippe Besson – gepubliceerd met steun van het Franse Ministerie van Buitenlandse Zaken – 2005

 

Voor de levensloop van Arthur Rimbaud zie posting hierna

Besson 3

 

 

 

10:17 Gepost door Iris in Algemeen | Permalink | Commentaren (8) | Tags: roman, rimbaud, phimippe besson |  Facebook |

LITERATUUR

RIMBAUD 2

Arthur Rimbaud wordt geboren op 20 oktober 1854 in Charleville.  Zijn vader, kapitein bij het Franse leger, is vaak uithuizig.  Zijn moeder, een boerendochter, voedt de kinderen met ijzeren hand op.  Al snel blijkt Rimbaud een intelligent kind te zijn; hij slaat jaren over op school en wint verschillende prijzen.  In die periode schrijft hij Ophélie tot op vandaag nog steeds beschouwd als één van zijn beste gedichten.

In 1871 vertrekt Rimbaud op 16-jarige leeftijd naar Parijs, op uitnodiging van de door hem bewonderde dichter Paul Verlaine .  Anvankelijk gaat Rimbaud inwonen bij Verlaine en diens echtgenote, maar in werkelijkheid ontwikkelt zich een homoseksuele relatie tussen beide mannen.
Vanwege de problemen die Rimbaud veroorzaakt (zijn minachting, arrogantie en gewelduitbarstingen) brengt Verlaine hem onder in een kleine Parijse kamer.
In juli 1872 vluchten beide heren uit Parijs via Arras, Charleville, Mechelen, Oostende en  Dover naar Londen waar ze aan de kost komen door Frans te onderwijzen.

Enige tijd later verzeilen ze in een hotelletje in Brussel, waar Verlaine, na een flinke ruzie, twee kogels afvuurt op Rimbaud.

Na het schietincident verzoenen beiden zich, doch Verlaine wordt tot 2 jaar cel veroordeeld en Rimbaud keert terug naar huis waar hij zijn gekende Une saison en enfer schrijft, dat hij evenwel in eigen beheer uitbrengt.

Daarna zwerft Rimbaud een tijdlang door Europa en de rest van de wereld zonder echter nog één gedicht te schrijven. Hij verblijft een tijdje in Aden (Frankrijk) waar  het huis dat hij daar toen bewoonde nu het Cultureel Maison Arthur Rimbaud geworden is. Uiteindelijk vestigt hij zich als handelsreiziger (o.a. in ivoor en dierenhuiden) en als wapenhandelaar in Harar, Abessinië.

In mei 1891 keert Rimbaud terug naar Frankrijk wegens een ernstig opgezwollen knie.  Hij wordt gehospitaliseerd in Marseille waar men tot de conclusie komt dat er zich een tumor  ontwikkeld heeft. Zijn been wordt geamputeerd in een poging zijn leven te redden, maar Rimbaud herstelt niet meer.  Uiteindelijk sterft hij, ondanks de liefdevolle zorgen van zijn zus, op 10 november 1891.

Merkwaardig detail is dat hij zich, volgens zijn zus op zijn ziekbed tegen zijn jeugdzonden gekeerd zou hebben, hetgeen ook verduidelijkt wordt in het hierboven beschreven “Breekbare dagen”  van Philippe Besson.

 

Une saison en enfer is het enige werk dat Arthur Rimbaud tijdens zijn leven heeft gepubliceerd.  Het bestaat deels uit poëzie, deels uit proza.  Aan de ene kant verhaalt het de stormachtige relatie tussen Verlaine en Rimbaud .  Aan de andere kant is het perfect mogelijk de twee hoofdfiguren (de dwaze maagd en de helse bruidegom) te zien als metafoor voor de tweestrijd van de dichter die getroubleerd is door twijfels.

 

Musea

In zijn geboorteplaats Charleville-Mézières is het Musée Arthur Rimbaud gevestigd in een oude watermolen.  Hier zijn o.a. de oude reiskoffer van hem te zien en reproducties van manuscripten.

Nog in 2004 werd in Charleville het Maison des Ailleurs geopend.  In dit voormalig ouderlijk huis van Rimbaud werd elke kamer ingericht naar de steden die hij bezocht en waar hij soms geruime tijd verbleef.  Er is ook een Rimbaud-wandeling te volgen met langs de route het Rimbauds standbeeld en zijn graf.

 

“Ik zal terugkomen met ledematen van ijzer, een donkere huid, een felle blik in mijn ogen.  Te oordelen naar mijn gezicht zal men denken dat ik tot een sterk ras behoor.  Ik zal goud bezitten.  Ik zal een lui leventje leiden en meedogenloos zijn.  De vrouwen dragen zorg voor deze harteloze invaliden, die terug zijn uit een warm land.  Ik zal uit de ellende zijn”

Arthur Rimbaud : uit Une saison en enfer - 1873

.

10:13 Gepost door Iris in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: wereldliteratuur, poezie, proza, rimbaud |  Facebook |

12-11-06

NATUUR(LIJK)

bourgoyen 1Meestal rijden we met de wagen of de trein naar een vertrekpunt voor onze natuurwandelingen.  Geen nood echter als we eens geen zin hebben, vlakbij het centrum van Gent staat de deur tot ongerepte natuur steeds open.  Het Stedelijk Natuurreservaat  Bourgoyen-Ossemeersen biedt meer nog dan alleen maar een frisse neus ophalen.
bourgoyen 8

bourgoyen 9

Daar worden we opgeslorpt door weidse stiltes, ver weg van het stadsverkeer.

Daar verdrinken we ons in het wuiven van de bomen, het ruisen van hun kruinen, het riet dat golft op de tonen van de wind, fauna en flora die elkaar aanvullen volgens de oer-wetten van moeder Natuur.

bourgoyen 2

bourgoyen7

 

Zo kleurden wij onze zondagse rustdag herfstig en namen we een stukje natuur mee naar huis om te kunnen nagenieten.  Ja, genieterkes, dat zijn wij, zelfs van de kleine dingen die ons hart groot en ons leven de moeite maken…
bourgoyen 5

.In het westen van Gent ligt een waardevol natuurgebied met een oppervlakte van 220 ha: het Stedelijk Natuurreservaat Bourgoyen-Ossemeersen. Het is hoofdzakelijk stadseigendom en vrij toegankelijk. Het bestaat uit vochtige graslanden (meersen), doorsneden met sloten en grachten. Een paradijs voor planten en dieren.

http://www.gent.be/eCache/THE/1/356.cmVjPTQ1NDc4.html

bourgoyen 4

bourgoyen 3

 

 

21:18 Gepost door Iris in Algemeen | Permalink | Commentaren (8) | Tags: flora, natuur, herfst, wandelen, fauna |  Facebook |

11-11-06

BURGEMEESTER AAN DE BORST

Beke

“Het is niet omdat je dag na dag met klachten bezig bent, dat je geen gevoel voor humor kunt hebben” zegt de Gentse ombudsvrouw.  Dus gaf ze aan uittredend burgemeester Frank Beke een cartoon van Gipi als afscheidscadeau. En wat voor één….
Onze burgervader als figuur in de Mammelokker-legende, die toevallig boven de toegangsdeur van de ombudsvrouw is uitgehouwen.  Het is mede dankzij Frank Beke dat de ombudsdienst uit de grond werd gestampt.

De legende van de Mammelokker
Er is geen beeld dat zo populair is bij de Gentenaars.  Het reusachtig, half verheven beeldhouwwerk bevindt zich boven de ingang van de gewezen stadsgevangenis achteraan het Belfort.  Het toont een vrouw die in een gevangenis de borst geeft aan een uitgeputte, in ketens vastgeklonken, grijsaard.

Het woord mammelokker getuigt van een spitsvondige volkshumor.  Een lokke of loke is een namaak speen, een toegenaaid vodje in de vorm van een vinger, waarin men gekauwd brood en een beetje suiker stak. Deze namaakspenen waren voor de Eerste Wereldoorlog in zwang bij arme mensen.  Met mamme wordt zowel een voedstervrouw als een forse vrouwenborst bedoeld.
Dit beeld stelt, volgende een Romeinse legende, een zekere Cimon voor die gedoemd werd om in een kerker van honger te sterven. Hij ontving iedere dag het bezoek van zijn dochter.  Na vele weken merkte men dat de oude man nog steeds leefde.  Zijn cipier bespiedde hem en zag hoe zijn dochter bij elk bezoek hem met de borst voedde.  Dit edel gebaar van kinderliefde trof de rechters en de  oude man werd vrijgelaten.
De maker van het beeld is onbekend.  De stadsgevangenis werd gebouwd in 1741 door toenmalig stadsarchitect
David ’t Kindt.
De naam mammelokker slaat ook op de stadsgevangenis zelf omdat ze voor de Eerste Wereldoorlog zeer populair was als tijdelijke, meestal nachtelijke opsluitplaats voor dronkaards, bedelaars, slechte (?) vrouwen en zelfs voor kinderen die zich niet goed gedroegen en door hun ouders voor enkele uurtjes daar werden gebracht.
(een eerste en oudste vorm van crèche !)

Beke 2

 

Totnogtoe had onze burgervader de bijnaam van Frank Bike, naar allegorie met zijn familienaam, en omdat hij een fervent fietser is.  Ik hoop maar dat ze die mens, als hij met pensioen is, niet ook nog eens, och arme,  de mammelokker  gaan noemen.

09-11-06

POEZIE

zwagerman 3Nadat ik voor 't eerst kennis maakte met de proza van Joost Zwagerman ben ik door zijn poëzie gaan bladeren dat van een gans ander kaliber is.  Daar waar zijn romans vlot lezen, is zijn dichtkunst zwaardere koek.  Zijn gedichten vragen om herlezen, hermalen en heel veel stilstaan totdat ik tot de conclusie kwam dat die vent verdomd goed kan dichten.

Uit zijn bundel Bekentenissen van de pseudomaan

Woord vooraf :

Volgens Van Dale is een pseudoloog iemand met een onweerstaanbare neiging om gefantaseerde belevenissen als waar te vertellen.
De pseudomaan die (nog) geen plaats heeft gekregen in de Van Dale (aldus Zwagerman) is iemand waarvoor de waarheid een verre en vage luchtspiegeling is.
De pseudomaan wil zich tot de wereld bekennen.

Ik doe hierbij de meest toegankelijke greep uit deze bundel :

Augustus, vrijdagmiddag

Er is nu zoveel aangelengde zomer
Op de caféterassen in de stad
dat ook het zwerfvuil meedoet
aan de sfeer van museale films.
Zoals zelfs de zon zich nestelt zodra jij haar vangt.
Dat ene shot : niemand beweegt, jij

     lucht blauw als reclame voor comfort,
     opgewreven auto's parkeren baltsend in,
     mannenlach, honden zelfverlengend aangelijnd,
     driemaal een vaasje en
     voor die stoot daar één met ijs,
     ok ?

van alle meisjesarmen nog wel het allerminst.
Naast je ben ik strandzand, havenhoofd,
zenderkleurig, volleybal.  Van alle harken thuis.
Ik bestel voor twee en jij stilt mee,
onderuit een beetje.  O, je potloodpolsen,
wee je gebeente, niets dan factor 6 achter je ellebogen.
Je navigeert het terras tot stille concentratie,
niemand die nog iets om handen, zelfs geen sigaret
want ook de automaat heeft tropenrooster.

 

Bij elkaar

In het begin niets dan witte hitte jij en ik.
Steeds weer moest de liefde minstens
een Chinees vuurwerk van de zinnen zijn,
een alternatief uitspansel bijeenbemind -
o, die hoogmoedblaf van jonggelieven.

Inmiddels is de streng van jou naar mij
door louter compromis aaneengeregen
en met de geur van hoger honing
viel het ook wel mee - of tegen, het is maar
hoe je het ontschrijft.  Wat rest ons nog ?
We pakken 's ochtends onze carrièretassen in
en voeden de routine van het kleine weten :
huissleutels, de boodschappen, een pinpas delen,
vier cijfers om ons geheugen te bespelen.
Hoe we ooit de code kraakten zijn we al lang vergeten.

 

Joost Zwagerman uit "Bekentenissen van een pseudomaan"
Uitgeverij De Arbeiderspers  - 2001

!cid_001301c48cd1$69114710$94aa5351@uwogn5awoyl7b3

 


 

 

 

    

 

 

19:30 Gepost door Iris in Algemeen | Permalink | Commentaren (6) | Tags: poezie, zwagerman |  Facebook |

08-11-06

LITERATUUR

zwagerman

Tussen mijn vele dagelijkse dingen door slaag ik er toch in de lange lijst “nog te lezen boeken” beetje bij beetje in te korten.  Alhoewel, hoe meer ik inkort, des te meer ik eraan toevoeg.  De boekenwereld is nu eenmaal oneindig en dat alleen al maakt me strijdvaardig om gezond en wel van geest ouder te worden.

Nu had ik hier en daar al iets gelezen of gehoord over de Nederlandse schrijver Joost Zwagerman en eindelijk ben ik ertoe gekomen een eerste werk van hem uit te lezen.
Zijn De Buitenvrouw is me meteen bevallen zodat ik verder op zoek ga naar ander werk van deze zeer uiteenlopende schrijver.

Joost Zwagerman (Alkmaar, 1963) debuteerde in 1986 op tweeëntwintigjarige leeftijd met de roman De houdgreep, één jaar later gevolgd door de verhalenbundel Kroondomein, naar aanleiding waarvan het weekblad De Tijd hem uitriep tot ‘de kroonprins van de Nederlandse literatuur’. Met de roman Gimmick! (1989) bereikte Zwagerman een groot leespubliek, gevolgd door de bestsellers Vals licht (1991) en De buitenvrouw (1994). Van deze drie romans zijn meer dan 150.000 exemplaren per titel verkocht, van De buitenvrouw zelfs meer dan 175.000.
Inmiddels behoort Joost Zwagerman tot één van de meest gelezen schrijvers van zijn generatie.

Behalve romans en verhalen schrijft Joost Zwagerman ook poëzie en essays.

Zo schrijft hij sinds 1985 essays en kritieken voor Vrij Nederland en was enige jaren columnist van de Volkskrant en tegenwoordig van NRC Handelsblad.

Van 1998 tot 2000 was hij vaste gast in het TV-programma Barend & van Dorp. In 2003 en 2004 presenteerde hij VPRO’s Zomergasten.

In De buitenvrouw verhaalt hij over het sluimerend racisme die een leraar ontdekt bij zijn leerlingen, maar ook bij zijn schoonfamilie en zijn buren.  Deze roman behandelt niet alleen moedwil en misverstand in de multiculturele samenleving maar geeft ook een navrant beeld van het voortgezet onderwijs in Nederland, waar eens bevlogen leraren zich geplaatst zien tegenover de toenemende desinteresse van de “Nintendo-generatie”.
Maar vooral voegt
Joost Zwagerman met deze roman weer een facet toe aan het thema dat sinds zijn debuut terugkeert : de onmogelijke liefde, ditmaal vervat in een authentieke huwelijksroman.

Mij gaf deze vlot geschreven roman de ietwat wrange openbaring van hoe onze Noorderburen, waarvan wij aanvankelijk dachten dat zij absoluut nooit moeite hadden met de integratie van allochtonen en een multi-culturele samenleving, even racistisch uit de hoek komen, zij het dan meer verdoken onder een mom van oer-conservatieve en vastgeroeste opvattingen.

Wat me nog is bijgebleven in de schrijfkunst van Zwagerman zijn de vele citaten waarmee hij zijn boek doorspekt, op het eerste zicht vrij eenvoudige denkwijzen; bij nader inzien DE essentie waarover het hem eigenlijk gaat. 

Zo geeft hij bvb. aan “Er bestaat een verschil tussen een glas vastpakken en een glas vastpakken en wie het verschil niet ziet, ziet de wereld niet.  Wie met zijn hand de theekop of het wijnglas koestert, zal er niet zo vlug een mens mee slaan”.

Heel simplistisch misschien maar toch wel met diepliggende betekenis.

Wie in deze wintermaanden eens goed wil doorzakken met een vlot lezend boek moet vast eens kennis maken met Joost Zwagerman’s “De buitenvrouw”.

Uitgeverij De Arbeiderspers – Amsterdam – Antwerpen – eerste druk 1994 – zeventiende druk 1997

de buitenvrouw 2

 

14:57 Gepost door Iris in Algemeen | Permalink | Commentaren (6) | Tags: boek, racisme, verboden liefde |  Facebook |

05-11-06

DE HUISDIENAAR VAN LICHTE ZEDEN (1)

vanderdonckt 2Het verhaal van de “Roste Wasser” heeft mijn grootmoeder dikwijls uit de omfloerste doeken gedaan toen ik een tiener was op weg naar de adolescentie want voor kinderen bleef hij een geheim.  Nu ja, dat dachten althans mijn grootmoeder en groottantes, want achter mijn stripboeken verscholen luisterde ik met gloeiende wangen hun duistere verhalen af.
Bij een dampende koffiepot en een bord met speculoosjes (het zoethoudertje bij de koffie voor de werkmens) kwamen de vijf zussen wekelijks samen en – och god, de kleine zit toch verdiept in haar eigen stripverhalen – mocht ik er dus gerust bijhoren.  Niets was natuurlijk minder waar, want het strippen van mijn tantes was heel wat anders dan mijn familie Snoek met haar deugdelijke fratsen. 
vanderdonckt 4Die Roste Wasser ken ik dus nog uit het toenmalig gniffelend vrouwengefluister. Naar het schijnt een rood aangelopen neus, lange rode baard en een dito krullenkop. Hij paste perfect in de rosse buurt aan het Zuid. 
vanderdonckt 5Een grote rieten mand aan de ene arm en een immer zwaaiende andere arm, zo liep hij van het éne naar het andere cabardouchke in het toen erg florissante “glazen straatje” dat voort leeft in de volksmond. Al is de officiële benaming de Pieter Vanderdonckt doorgang, genaamd naar de eigenaar van dit fraai stukje Art Nouveau (eind 19e eeuw).
vanderdonckt 6Die Roste Wasser haalde er de fijne lingerie van de meiskes op en waste die eigenhandig met zijn grote ruwe knuisten fluweel zacht.  Naar het schijnt waren de meiskes zeer content en konden ze hem ’t één en ’t ander toevertrouwen want de Roste deed nooit afbreuk aan zijn zwijgplicht.  Vandaar dat de bevolking zelf hun wildste fantasieën de vrije loop lieten en ondereen genoten van eigen stiekeme dromen van hoe het er achter de fluo-vitrines aan toe moest gaan. 
vanderdonckt 3De Roste Wasser had tal van levensmotto’s en één ervan “Vive la liberté” weerklonk soms tot stuk in de nacht tussen de vele smalle steegjes.  In die tijd was het frans nog duidelijk aan de orde in het uitgaanskwartier en in het glazen straatje want wie immers kon zich een meisje van plezier permitteren; zeker niet de Gentsch sprekende werkmens.
Op die acht jaar dat wij hier in ’t centrum wonen en het glazen straatje deel uitmaakt van ons dagelijks parcours – voor onze algemene boodschappen wel te verstaan – heb ik intussen de huidige Roste Wasser ontdekt.  ’t Heeft een tijdje geduurd vooraleer ik het door had maar wie denkt dat het verleden voorbij is, heeft het mis. Nog steeds gaan verleden en heden in het glazen straatje hand in hand. Ik maak veel gebruik van deze glazen doorgang want het is uitstekend gelegen tussen twee belangrijke winkelstraten en ik noem het met een kwinkslag “het doorsteekje”….
vanderdonckt 7De Roste Wasser van nu is een klein, schriel mannetje (in de 50), in afgewassen jeans die steeds met korte, gejaagde pasjes van her naar der crosst.  Als huidige dienaar van de meisjes is zijn taak meer polyvalent geworden en beantwoordt meer aan de noden van deze tijd.  Eigenhandig wassen hoort er niet meer bij want hij is vaste klant bij de dichtst bijzijnde droogkuis of ik kruis hem geregeld bij dezelfde apotheker of ik ontmoet hem in de betere voedingszaken.  De meisjes van ’t glazen straatje moeten blijkbaar niet veel minder dan vroeger financieel inboeten want de nabij gelegen delicatesse-zaak is in goeden doen.

Maar O wee, als je achter het kaboutermannetje staat aan te schuiven, dan mag je ervan op aan dat het zijn tijd zal duren vooraleer hij de vele bekladde papierflardjes heeft afgeramd, want ’t is steevast 100 gr. van dit en een klein potje van dat; zijn meesteressen staan voortdurend op dieet voor de goede zaak !
Het glazen straat-kabouterke heeft in uitzicht niets gemeen met de vroegere Roste Wasser; of toch……zijn dikke hoofdpluimen zijn in ’t rood geverfd met een immer grijze uitgroei in ’t midden.  Zou hij ook weet hebben van zijn voorganger, vraag ik me dikwijls af.

 

bibliografie Roste Wasser : zie posting hieronder




16:29 Gepost door Iris in Algemeen | Permalink | Commentaren (13) | Tags: meisjes van plezier, geschiedenis, gent |  Facebook |

DE HUISDIENAAR VAN LICHTE ZEDEN (2)

aanvulling op voorgaande posting.....
 
roste wasser

Ernest De Vriendt (1879-1955) was een opgemerkte figuur in het Gentse. Hij was immers groot en beende steeds met grote, verende passen door de straten. Zijn witte kiel -met bloempje in het knoopsgat!- fladderde wapperend achter hem aan.

 

Hij droeg ook altijd een wit hemd met een strikdasje, een donkergrijze of zwarte broek en gelakte schoenen. Meestal liep hij blootshoofds, maar het gebeurde ook wel eens dat hij zijn rossige krullen bedekte met een strooien hoed die scheef op zijn hoofd stond.

 

De mensen noemden hem lachend 'de roste wasser'. Als wasser liep hij altijd met een grote rechthoekige mand onder de arm. Daarin haalde hij het linnen af of droeg het terug naar zijn klanten. Maar niet om het even welk linnen en niet om het even welke klanten! Neen, de 'roste wasser' was gespecialiseerd in damesondergoed!

 

Hij verdiende er behoorlijk zijn brood mee en profiteerde geregeld van enkele extraatjes. Het gebeurde bijvoorbeeld wel eens dat hij werd getrakteerd in de cafés, op voorwaarde dat hij de inhoud van zijn mand wou laten zien! Ook op tram 7, het vaste vervoermiddel van de 'roste wasser', zorgde hij geregeld voor heel wat opschudding. Als hij niet luidkeels 'Vive la liberté (leve de vrijheid)' of andere gelijkaardige slogans stond te roepen, dan kreeg hij het in zijn hoofd om zijn geit Lies mee te nemen tijdens de rit. Natuurlijk ging hij dan bij voorkeur staan langs de kant van het 'chique' volk, dat 10 centiemen meer betaalde voor een comfortabele rit!

 

De 'roste wasser' wist de situatie altijd naar zijn hand te zetten. Toen hij tijdens de oorlogsjaren door de Duitsers werd opgeroepen om zich te verantwoorden voor zijn op dat moment minder onschuldige klinkende vrijheidskreten, maakte hij er een hele schertsvertoning van. Hij verscheen in een potsierlijk kostuum met een hoge hoed en kraamde zoveel nonsens uit, dat de officieren hem voor gek verklaarden en hem maar meteen weer vrijlieten. Hoewel ook de Gentenaars hem nooit serieus hebben genomen, was er toch heel wat sympathie voor deze vreemde figuur. Hij vormde een dankbaar onderwerp voor sketches, een poppenkastrevue en zelfs een strip.

15:41 Gepost door Iris in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: volksfiguur, meishes van plezier, gent |  Facebook |

02-11-06

STAD IN POÊZIE

Antwerp.In de vorige posting had ik het over Kortrijk.  Vandaag trok, kuierend  in de Openbare Bibliotheek,  een alleraardigst boekje mijn aandacht.  Een verzameling gedichten van bekende en minder bekende dichters over onze grootste stad van Vlaanderen, de stad van de Sinjoren.

Als pittig tussendoortje en als aanloop naar het weekend, citeer ik hier een paar poëtische bedenkingen over Antwerpen.

 

Bezoek aan de zoo

Wij zochten naar wat dodelijk was : de vogelspin,
de piranha's, de ratelslang.  Over het glas,
waarachter de huiver lag, gleden onze vingers
tussen de stilten van beweging.

Uitrustend op witte tuinbanken raakten wij
niet uitgekeken op de zovele imitaties van leven,
waarin de hemels geschilderd zijn, de vergezichten
dichtbij en de rotsen van eigen makelij.

Wij zochten naar wat dodelijk was en speelden
dit spel als een schaker die zich,
schijnbaar verstrooid, verschalken laat.
Blij dat scheiding ons de angst ontnam.

Eddy van Vliet

Antwerp.1a

 

Thuis

Ik kijk naar buiten, naar het uitzichtloze
dat nu stilaan mijn uitzicht is geworden;
een klimroos zonder rozen, verdorde
dingen, een door koude bij mekaar gebeden
rijm op alle takken, de oude klare
mare van de winter, alles is helder niets.
Een tuin vol mist.  Vastgevroren verleden.

En een nergens willen thuishoren
dat hier wil blijven.  Ik.  Jij.
En een verloren
zijn dat makkelijk te vinden is;
Berchem, Cogels-Osylei.

Herman de Coninck

Antwerp 2a

 

Antwerpen (park)

Het park is wijs met zijn bewusteloze bloei en kinderen.
Hun ratels trekken zinnige spiralen door het groen.
Mijn wandeling schrijft een nul, mijn voeten lezen
rustig en voldaan de sporen in de paden.
Ik woon onder lachende ganzen en ouden van dagen,
exotische bomen en gastvrije grassen.

Ik kan je nu bezoeken en de zomer zonder drift over je
lichaam leggen.
Ik kan je nu verlaten en me 's nachts alleen met stilte
ondergraven in een zwart en lastig bed.
De slaap is mijn natuurlijk element, de eenzaamheid
mijn opgang in de grondeloze droom van dingen en
dieren.
Ik leer de tijdeloze data van mijn kort bestaan,
berustend
In het vonnis van een dode taal die mij geschiedenis in
het persoonlijk vlees heeft neergelegd.
Ik kijk naar jou;
Een ander heeft al vroeger onze liefde opgeschreven.

Leonard Nolens

Antwerp.3a

Uit : Antwerpen - De stad in gedichten - samengesteld door Philip Hoorne - 2003 Uitgev. 521  Spiegelgracht - Amsterdam

 

19:59 Gepost door Iris in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) | Tags: poezie, antwerpen |  Facebook |

01-11-06

CITYTRIP MET ART DECO

De Coene 3Wie eens een dagje wil city-trippen in eigen land en het interessante aan het aangename wil koppelen, wie houdt van ambacht en industrie in design en architectuur, wie nooit eerder hoorde van Kunstwerkstede De Coene, moet beslist een dagje Kortrijk doen.

Kunstwerkstede De Coene, meesterschap van art nouveau tot design “Made in Kortrijk” was ooit in Vlaanderen  de grootste werkplaats voor toegepaste kunsten.

De Coene 1

“Laat uwe woning bouwen, versieren, bemeubelen, inrichten door bekwame vakmensen- het is een kwestie van geluk in uw leven” (en een kwestie van geld !), zo schreef in 1932 Stijn Streuvels voor dit meubelbedrijf van zijn vriend Joseph De Coene.

Joseph De Coene (1875-1950) richtte rond 1900 de Kortrijkse Kunstwerkstede op.  Streuvels was artistiek leider van de De Coene-drukkerij, De Eikelaar.  De behangzaak van De Coene was uitgegroeid tot een toonaangevend interieurbedrijf.  Kunst, ambacht en industrie gingen er hand in hand, naar analogie met Arts & Crafts, verankerd in de Vlaamse traditie.

De Coene 2

Met enkele vaklieden was De Coene eigen meubels beginnen te vervaardigen en in 1903 behaalde een wandmeubel zelfs de eerste prijs op het driejaarlijks meubelsalon in Brussel.

De produktie verruimde systematisch tot al wat deel uitmaakt van een interieur, ook verlichtingsarmaturen, tapijten, glasramen, stoffen en marmer.  In de jaren 1910 was de faam van De Coene Frères (Joseph en Adolphe) en hun schoonbroer Arthur De Leu, buiten onze grenzen gegroeid. 

De Coene 5

Het bedrijf telde toen 2.400 werknemers en de opdrachten stroomden toe uit het buitenland.  In de art deco gaf de Kunstwerkstede internationaal mee de toon aan.

De lijst projecten uitgevoerd door De Coene is indrukwekkend : de inrichting van het Résidence Palace in Brussel, het Casino van Blankenberge, het gemeentehuis van Vorst en het bureau van Leopold III, ontworpen door de Gentse art déco-meester Henry Van de Velde.

Op de expo ’58 toonde de firma haar expertise in snelle spantenbouw.

De Coene 4

Na tal van reorganisaties besliste de Generale Maatschappij in 1977 tot de opsplitsing van de onderneming.

Leuk detail :  ook de Kortrijkse Rust – en Vezorgingstehuizen werden uitgerust met de gekende uiterst comfortabele zitstoelen, die nog niet zo heel lang geleden werden geruild voor hedendaagse. Op bezoek bij mijn schoonmoeder mocht ik er ook mijzelf knus in neervleien en zodoende heb ik een sober product van de Kunstwerkstede ook eens aan “het zitvlak” mogen ondervinden.

Deze uiterst verzorgde en uitgebreide (met de nodige video-fragmenten) tentoonstelling gaat door in het Kortrijks Broelmuseum – Broelkaai, nog tot 7 januari 2007, van dinsdag tot zondag van 10 tot 17u.  Toegang 6 en 4 euro.

Een zeer fraaie uitgave van Openbaar Kunstbezit Vlaanderen is voor de gelegenheid totaal gewijd aan deze Kunstwerkstede en kost 6 euro.

Deze tentoonstelling ligt op wandelafstand van het Kortrijks station en in ’t centrum van de stad.  Een sightseeing is dan ook welgekomen en op de gezellige markt bij de Belforttoren kan men genieten van een natje en een droogje en de sfeer van de eerste winkel-wandelstraten in Vlaanderen.

Beslist een warme aanrader tijdens deze natte herfstdagen.

Meer info op www.kunstwerkstede.be

 

09:53 Gepost door Iris in Algemeen | Permalink | Commentaren (15) | Tags: art deco, tentoonstelling, citytrip |  Facebook |