15-08-06

WEL EN WEE TUSSEN 'T PLUIMVEE

Na herhaalde observaties deed ik een merkwaardige ontdekking van hoe pluimvee gemoedelijkheid opwekt bij de mens, meer bepaald bij het mannenvolk.
Iedere zondagochtend is hier vlakbij op de Oude Beestenmarkt (waar vroeger allerhande slachtvee werd verhandeld) nog steeds een kleinschalige verkoop van pluimvee, wild en konijnen.  Toeval wil dat wij daar telkens voorbij moeten op weg naar ons wekelijks natuurstappen.  Reeds van ver komt het kippengekakel en het hanengekraai ons tegemoet.  Boeren en kleine kwekers brengen er in kooien en dozen hun pluimvee-zoo-tje aan de man.  Veel jonge gezinnen met kleine kinderen komen erop af.  Vertederend zijn de kleintjes die aarzelend hun handjes te grabbelen gooien in een doos met “chiepkes”, zoals ze hier zeggen voor ‘kuikentjes” en tegelijk hun oogjes bedelend naar mama en papa opslaan.
Ook rond de konijntjes staat er steeds een hoop groot en klein volk.
De kenners en kwekers hangen meestal met kritisch oog gebogen over kippen, hanen en wild waarbij er druk heen en weer gespeculeerd wordt.  De boeren-verkopers, gehuld in rubberen laarzen en donkerblauwe voorschoot rammelen zenuwachtig in hun schorten-buidel met klein geld – alsof ze de zwaarte van hun verkoop aan ’t betasten zijn -  vooraleer ze toestemmen in alweer een overeenkomst.  Tenslotte zijn ze niet voor niets van den buiten naar ’t stad gekomen en zeker niet alleen voor ’t stadsvolk dat zich op zondagochtend, kuierend en kijkend, de slapers uit hun ogen komt wrijven.
Wat mij de laatste tijd is opgevallen zijn de mannen die slaafs achter moeder de vrouw aansloffen, met reeds in gedachten dat pintje of aperitiefke dat er gebruikelijk op volgt in één van de kroegjes die voor de gelegenheid nog hun deuren op zondagochtend open houden. Hun vrouw meestal ook druk kakelend en gesticulerend naar alweer een andere beestensoort, soms met kleinzoon of –dochter in hun midden.
Manlief die dit over ’t algemeen niet zo aanvoelt beziet zijn vrouw met een vervelend, nog half slapend gezicht, van zijn we hier nu nog niet uit.  Totdat mevrouw plots halt houdt bij het konijnenvolkje en meneer zijn ogen wel moet richten op een kooi vol dartelende vrolijkheid en…..warempel daar zijn meneers eerste lachtrekjes, waaraan hij uiteindelijk toch niet kan weerstaan.  Roept dat konijnengedoe zijn vervlogen tijden op, wie zal het zeggen.

In ieder geval kan er bij meneer een gulle lach af en moest ik hem nog beter kunnen bestuderen, zou ik daar ook een zweempje tederheid bespeuren ? ’t Is maar voor heel even want op hun geslenter naar het volgend gekakel en gekraai heeft hij zijn gezicht alweer in d’oude plooi gestreken.
Waarmee ik hier wil aantonen hoe het mij opvalt dat mensen, en vooral mannen, groot en klein, voor de beestenwereld nog ’t meest van al vertederd kunnen zijn.

10:11 Gepost door Iris in Algemeen | Permalink | Commentaren (6) | Tags: mannen, vrouwen, zondag, beestenmarkt, vertedering |  Facebook |