13-10-06

GENERATIES

Hoe ouder ik word hoe meer ik besef dat ik heel wat genen met mijn moeder gemeenschappelijk heb.  Als je jonger bent sta je daar niet zo bij stil.  En eigenlijk wil je zelfs helemaal niet op je moeder of vader gelijken.  Als rebellerende adolescent heb je een soort afweermechanisme om zelfs de geringste vergelijkingen af te stoten.

Naarmate de jaren vorderen en vooral als moeder en/of vader nog leeft, besef je willens nillens hoe je bepaalde dingen op dezelfde manier doet, hoe je over bepaalde zaken identiek hetzelfde denkt.  Soms schrik je van de duidelijke overeenkomsten.

Maar heel soms moet je bij jezelf toegeven hoe fijn het is juist die deugdzame eigenschappen te hebben over-geërfd waarvoor je oude moeder van haar omgeving heel wat complimentjes ontvangt.  Zo heb ik de laatste jaren dezelfde positieve ijdelheid van mijn moeder ook bij mezelf ontdekt en zie ik in haar mijzelf terug over 25 jaar, althans dat hoop ik er nog zoveel jaren te mogen bijdoen.
Ook bij mijn eigen dochters merk ik identieke patronen als bij mezelf.  Maar ik hou me in er hen op te wijzen omdat zij nog volop hun leven aan ’t uitbouwen zijn en net zoals ik toen misschien niet zo graag geconfronteerd willen worden met de overhevelingen uit het ouderlijk nest.  Toch geeft het me een innerlijke, deugdzame gloed wanneer ik bij een bezoek merk dat ze met aandacht voor gezelligheid de koffietafel hebben versierd met passende servetten en een toefje bloemen en het kaarslicht waarmee ze van in de wieg zijn grootgebracht.

Vorige zondag, toen ons kleinzoontje verjaarde, en de ganse familie was uitgenodigd had mijn jongste dochter alle gebak en taarten zelf gemaakt.  Zag ik daar nu ook niet mijn eigen ideeën in terug.  En mijn fier moederhart sprong op van innerlijke vreugd.

’t Zijn zulke momenten die je duidelijk maken dat, ook al is een mensenleven vergankelijk, het overbrengen van zeden en tradities de geschiedenis aanvullen en cultuur laat verder leven, dat verschillen tussen de jongste en de oudste in zekere zin niet zover van elkaar staan, al is dit langs de buitenkant in doen en laten niet zo sterk zichtbaar.

Onze vrij kleine vier generatie-familie heeft meer gemeen dan dat we op ’t eerste zicht vermoeden.  Het zorgzaam koesteren van een achter-kleinkind zal altijd de meest geschikte taak blijven voor een over-grootmoeder…..

BLOG

 

23:42 Gepost door Iris in Algemeen | Permalink | Commentaren (5) | Tags: generaties, over-ervingen, cultuur |  Facebook |

28-07-06

ROL-OVER-PATRONEN

Je hoort het van anderen, je ziet het op de buis, je leest het in de krant, je waant het ver van je bed, de hitte-slachtoffers.
Gisterenochtend, een flauw telefoontje seint mijn moeders laatste gefluister dat ze deze nacht uit bed gevallen is en reeds urenlang met de beste wil, doch aflatende kracht, aan haar pogingen tot recht krabbelen moet verzaken.
Snakkend naar een slokje water en een geradbraakte rug vinden we haar in een allerlaatste poging met de telefoon op de grond.  De ramen van haar flatje dampen als serre-wanden en snoert ook onze adem dicht.  Vliegensvlug alles open gegooid, een glas fris water aan moeders lippen gezet en een sijpelend washandje op voorhoofd gelegd.  We gaan door de knieën tot op haar hoogte en spreken zacht op haar in om rustig verder te ademen.
Schichtige beelden van witte uniformen  flitsen door mijn hoofd en elk een kant van moeder ondersteunend, tellen we tot drie, zodat we haar symmetrisch rechtop krijgen.  Steunen gaat nog net, stappen niet. We wachten en sussen ter plaatse  vooraleer onze schuivende pasjes op moeders maat met haar meetronen.
Weer zijn daar die schichtige flitsen en in een waas zie ik me met mijn kleinzoontje zijn eerste stapjes oefenen.  Ik betrap me ook nu op de mildheid van mijn aangeven, mijn aanmoedigen, mijn bemoederen….
Zachtjes verder dirigerend bereiken we de badkamer.  Wat volgt is een instinctief ritueel waarbij de rollen zijn omgekeerd.  Voor ik het goed en wel besef wordt ik de moeder van mijn moeder.  Intussen heeft mijn partner de huisdokter gebeld.

Opnieuw zijn daar die lichtende flitsen uit een ver verleden en zie ik mij in dezelfde situatie, voorover gebogen, met mijn spetterende dochters.  Alleen…..moeder spettert niet, ze laat zich voor de eerste keer in haar leven gedwee overvallen door haar dochter.  Een lichte schok gaat door mij heen als ik dat hopeloos oud mensje, voor ’t eerst in ons bestaan, haar moederrol zie afstaan.

Ik geloof dat we op ’t zelfde moment,met vaststellende schrik, beseffen dat vanaf nu ons rollenpatroon is gedaan en hoe onomkeerbaar het zal zijn voortaan.
Terug thuis kruip ik hoognodig in mijn wereld van Zen, blaas ik die eerste vastgestelde stoom af, laat ik indrukken op me af, ban ik negatieve gedachten uit, laat ik “zijn” wat “is”, besef ik dat een nieuwe wending is aangebroken, dat ik mijn mantel van kindzijn voortaan moet afgooien, hoe verschillen stilaan naar elkaar groeien en tegenovergesteld in elkaar opgaan.
Plots herinner ik me mijn huisartse die me ooit als diagnose op mijn steeds weerkerende lichamelijke klachten de term “sandwich-generatie” meegaf.  Een soort tussenstand in ’t leven, een soort kerktoren die ’t midden houdt tussen het aftakelend verleden en een opbouwend heden.  Ze heeft gelijk, nooit eerder voelde ik de gelijkenissen tussen mijn moeder en mijn kleinkind zo tastbaar en moest ik de kringloop van ons bestaan zo letterlijk ondergaan.  Nooit eerder ben ik stilgestaan hoe centraal ik nu in ’t leven sta en hoe waardevol mijn rol als sandwich-woman is toegeslaan.

 

26-07-06

ONTBIJTCULTUUR

Ik hou nu eenmaal van mensjesstaren.  Ik ken mezelf en roep me af en toe tot de orde, kwestie van beleefdheid, wanneer mijn blik te lang gefixeerd blijft hangen.  Ik hou van die leuke details waar mijn partner niet aan denkt, laat staan erop let.  Als ik er hem opwijs krijg ik steevast te horen “waar jij allemaal op let”.  Kleine dingen maken voor mij grote verschillen. Cultuur en patroonverschillen leid je best af uit details, vind ik zo.

Die voorbije dagen te Nieuwpoort op hotel hebben me weer eens geconfronteerd met generatieverschillen die me nu eenmaal blijven boeien.  Ik heb alweer geconstateerd dat de man van “nu” wel degelijk “vernieuwd” is.  Het is zo dat ik me graag verdiep in eigen fantasieën over levensrituelen en –patronen tussen de mensen.  Ik maak daar dan mijn eigen verhaal rond en in gedachten schets ik zelfs de woonsituatie en dagelijkse zeden tussen koppels en families, alleen al aan de manier waarop er wordt ontbeten.  Zo bezig zijnde wordt ook mijn ontbijt een ware ceremonie waarvan ik langgerekt kan genieten.  Mijn partner is het al lang gewend dat ik meestal sprakeloos mijn broodjes verorber en hoe, bij elke hap, mijn iris zich alweer fixeert op één of ander tafereel.

’t Is opmerkzaam hoe zorgzaam en liefdevol (=gewoontegetrouw) dames op leeftijd hun mannen verwennen en hoe die, op hun beurt, alweer gewoontegetrouw zich daar genotvol hebben bij neergelegd hoe de broodjes, gekookte eieren, salami, botertjes enz…letterlijk in hun schoot gedeponeerd worden.  Manlief slentert naar het tafeltje, ploft neer op juist dat zitje met ’t ruimste overzicht op d’anderen en met de perfecte kijk op het rijkelijk uitgestald buffet.  Terwijl slooft vrouwlief zich uit voor wat ‘s mans buikje ’t liefst begeert.

Stilzwijgend, met heen- en weerpasjes, brengt ze zijn fruitsapje, gekookt eitje, zorgvuldig uitgekozen broodjes en zijn gegeerd aardbeien-yoghurtje aan.  Een vlijtig miertje, haar opperhoofd dienend.  Als hij reeds lang zijn eitje binnen heeft, slurpt zij nog maar profijtig aan haar glaasje “jus”.  Midden in een tweede slok veert ze recht want plots hebben haar immer wakende oogjes een mankementje gezien en met nog vluggere pasjes rept ze zich om twee witte Tienense klontjes, waar manlief zwijgzaam maar met veelzeggende blik op wachtte.  En nog voor het werkend miertjes haar jus d’orange verder drinkt, zit meneer mier al vergenoegd zijn klontjes om te roeren.  Bijna zou ze zich verontschuldigen voor haar akrootje, maar aan meneer te zien, die al zijn blik over haar hoofd naar een ander tafeltje heeft gericht, is dit niet nodig. En ze kauwen binnensmonds vreedzaam verder.

Terwijl vestig ik mijn aandacht op een jong gezin met twee peuters, die met de nodige bravoure hun gezamenlijk vakantie-ontbijt blijkbaar zeer op prijs stellen.  Daar is het papa die fladdert tussen buffet en eettafel en de vitamientjes voor zijn kroost aanbrengt, terwijl mama zich over de kornuiten ontfermt. Een wereld van verschil.

En daar tussenin zitten wij onze tête-à-tête te vermalen.  Ook zwijgzaam, alleen onze blikken vragen het nodige aan elkaar.  Soms gaat mijn partner om de nodige bevoorrading, dan weer schuif ik mijn stoel achteruit. Een kleine aangeving, een korte knik en het gewenste wordt aangereikt.

Terwijl ik mevrouw-mier nog steeds in de weer bezig zie en de jonge papa zich ijverig om zijn gezin bekommert, besef ik voldaan dat wij aan die gulden (levens)middenweg zitten en ik prijs me gelukkig in mijn zwijgzame lach naar mijn partner toe, die niets beseffend even terug lacht en ik hoop dat mijn zwijgzame dankbaarheid overkomt.

 

10:56 Gepost door Iris in Algemeen | Permalink | Commentaren (6) | Tags: generaties, koppels, ontbijtcultuur |  Facebook |