11-07-06

POËZIE

Vanaf deze week begint Knack met “Een zomer van poëzie” en verschijnt er elke week een gedicht voorzien van commentaar.  Deze gedichten komen uit een selectie van 48 dichters die enfant terrible en nachtburgemeester van Gent Guido Lauwaert

nauw aan het hart liggen en waarvan zijn bundel,  De tweede stem, in januari 2007 verschijnt bij Roelarta Books.

De primeur, deze week, is voor Jozef Deleu, voormalig hoofdredacteur van Ons Erfdeel .

Zijn voortdurend in touw zijn om andermans literair werk te promoten, getuigt van literaire gedrevenheid.  Wat ik zo prachtig vind aan Deleu is dat hij gruwt van grote woorden, aanstellerigheid en de stelling dat een mens iets bereikt als hij opklimt op de sociale ladder. Een reflectie van zijn nuchter denken licht op in zijn poëzie. In het volgend gedicht van zijn hand kan men zijn persoonlijk oordeel bespeuren over hoe de schrijver, de dichter, het kleine wereldgebeuren dat zich groot voordoet, rond zich ervaart. De poëzie van Deleu zet aan tot denken, door de kaalheid van de zinnen, waarbij hij het aankleden overlaat aan de lezer.

“Ik ben een boerenzoon” is een uitspraak van hemzelf , die hij steevast laat horen, deels uit fierheid, deels uit provocatie. Het siert hem en mag het bij deze een bedenking wezen voor diegenen die enkel en alleen hun literair ego ’t liefst zelf aaien.

 

Dichter

 

Hij houdt de woorden
staande in de praalstoet
van de taal.

 

Van niets weet hij
alles. Van alles
weet hij niets.

 

Al in het voorjaar
ziet hij de bladeren
vallen.

 

Zijn testament ligt
klaar.  Alleen de blinden
heeft hij nooit mishaagd.

 

Jozef Deleu

 

15:53 Gepost door Iris in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) | Tags: poezie, levensbedenking |  Facebook |