14-11-06

LITERATUUR

RIMBAUD 2

Arthur Rimbaud wordt geboren op 20 oktober 1854 in Charleville.  Zijn vader, kapitein bij het Franse leger, is vaak uithuizig.  Zijn moeder, een boerendochter, voedt de kinderen met ijzeren hand op.  Al snel blijkt Rimbaud een intelligent kind te zijn; hij slaat jaren over op school en wint verschillende prijzen.  In die periode schrijft hij Ophélie tot op vandaag nog steeds beschouwd als één van zijn beste gedichten.

In 1871 vertrekt Rimbaud op 16-jarige leeftijd naar Parijs, op uitnodiging van de door hem bewonderde dichter Paul Verlaine .  Anvankelijk gaat Rimbaud inwonen bij Verlaine en diens echtgenote, maar in werkelijkheid ontwikkelt zich een homoseksuele relatie tussen beide mannen.
Vanwege de problemen die Rimbaud veroorzaakt (zijn minachting, arrogantie en gewelduitbarstingen) brengt Verlaine hem onder in een kleine Parijse kamer.
In juli 1872 vluchten beide heren uit Parijs via Arras, Charleville, Mechelen, Oostende en  Dover naar Londen waar ze aan de kost komen door Frans te onderwijzen.

Enige tijd later verzeilen ze in een hotelletje in Brussel, waar Verlaine, na een flinke ruzie, twee kogels afvuurt op Rimbaud.

Na het schietincident verzoenen beiden zich, doch Verlaine wordt tot 2 jaar cel veroordeeld en Rimbaud keert terug naar huis waar hij zijn gekende Une saison en enfer schrijft, dat hij evenwel in eigen beheer uitbrengt.

Daarna zwerft Rimbaud een tijdlang door Europa en de rest van de wereld zonder echter nog één gedicht te schrijven. Hij verblijft een tijdje in Aden (Frankrijk) waar  het huis dat hij daar toen bewoonde nu het Cultureel Maison Arthur Rimbaud geworden is. Uiteindelijk vestigt hij zich als handelsreiziger (o.a. in ivoor en dierenhuiden) en als wapenhandelaar in Harar, Abessinië.

In mei 1891 keert Rimbaud terug naar Frankrijk wegens een ernstig opgezwollen knie.  Hij wordt gehospitaliseerd in Marseille waar men tot de conclusie komt dat er zich een tumor  ontwikkeld heeft. Zijn been wordt geamputeerd in een poging zijn leven te redden, maar Rimbaud herstelt niet meer.  Uiteindelijk sterft hij, ondanks de liefdevolle zorgen van zijn zus, op 10 november 1891.

Merkwaardig detail is dat hij zich, volgens zijn zus op zijn ziekbed tegen zijn jeugdzonden gekeerd zou hebben, hetgeen ook verduidelijkt wordt in het hierboven beschreven “Breekbare dagen”  van Philippe Besson.

 

Une saison en enfer is het enige werk dat Arthur Rimbaud tijdens zijn leven heeft gepubliceerd.  Het bestaat deels uit poëzie, deels uit proza.  Aan de ene kant verhaalt het de stormachtige relatie tussen Verlaine en Rimbaud .  Aan de andere kant is het perfect mogelijk de twee hoofdfiguren (de dwaze maagd en de helse bruidegom) te zien als metafoor voor de tweestrijd van de dichter die getroubleerd is door twijfels.

 

Musea

In zijn geboorteplaats Charleville-Mézières is het Musée Arthur Rimbaud gevestigd in een oude watermolen.  Hier zijn o.a. de oude reiskoffer van hem te zien en reproducties van manuscripten.

Nog in 2004 werd in Charleville het Maison des Ailleurs geopend.  In dit voormalig ouderlijk huis van Rimbaud werd elke kamer ingericht naar de steden die hij bezocht en waar hij soms geruime tijd verbleef.  Er is ook een Rimbaud-wandeling te volgen met langs de route het Rimbauds standbeeld en zijn graf.

 

“Ik zal terugkomen met ledematen van ijzer, een donkere huid, een felle blik in mijn ogen.  Te oordelen naar mijn gezicht zal men denken dat ik tot een sterk ras behoor.  Ik zal goud bezitten.  Ik zal een lui leventje leiden en meedogenloos zijn.  De vrouwen dragen zorg voor deze harteloze invaliden, die terug zijn uit een warm land.  Ik zal uit de ellende zijn”

Arthur Rimbaud : uit Une saison en enfer - 1873

.

10:13 Gepost door Iris in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: wereldliteratuur, poezie, proza, rimbaud |  Facebook |

09-11-06

POEZIE

zwagerman 3Nadat ik voor 't eerst kennis maakte met de proza van Joost Zwagerman ben ik door zijn poëzie gaan bladeren dat van een gans ander kaliber is.  Daar waar zijn romans vlot lezen, is zijn dichtkunst zwaardere koek.  Zijn gedichten vragen om herlezen, hermalen en heel veel stilstaan totdat ik tot de conclusie kwam dat die vent verdomd goed kan dichten.

Uit zijn bundel Bekentenissen van de pseudomaan

Woord vooraf :

Volgens Van Dale is een pseudoloog iemand met een onweerstaanbare neiging om gefantaseerde belevenissen als waar te vertellen.
De pseudomaan die (nog) geen plaats heeft gekregen in de Van Dale (aldus Zwagerman) is iemand waarvoor de waarheid een verre en vage luchtspiegeling is.
De pseudomaan wil zich tot de wereld bekennen.

Ik doe hierbij de meest toegankelijke greep uit deze bundel :

Augustus, vrijdagmiddag

Er is nu zoveel aangelengde zomer
Op de caféterassen in de stad
dat ook het zwerfvuil meedoet
aan de sfeer van museale films.
Zoals zelfs de zon zich nestelt zodra jij haar vangt.
Dat ene shot : niemand beweegt, jij

     lucht blauw als reclame voor comfort,
     opgewreven auto's parkeren baltsend in,
     mannenlach, honden zelfverlengend aangelijnd,
     driemaal een vaasje en
     voor die stoot daar één met ijs,
     ok ?

van alle meisjesarmen nog wel het allerminst.
Naast je ben ik strandzand, havenhoofd,
zenderkleurig, volleybal.  Van alle harken thuis.
Ik bestel voor twee en jij stilt mee,
onderuit een beetje.  O, je potloodpolsen,
wee je gebeente, niets dan factor 6 achter je ellebogen.
Je navigeert het terras tot stille concentratie,
niemand die nog iets om handen, zelfs geen sigaret
want ook de automaat heeft tropenrooster.

 

Bij elkaar

In het begin niets dan witte hitte jij en ik.
Steeds weer moest de liefde minstens
een Chinees vuurwerk van de zinnen zijn,
een alternatief uitspansel bijeenbemind -
o, die hoogmoedblaf van jonggelieven.

Inmiddels is de streng van jou naar mij
door louter compromis aaneengeregen
en met de geur van hoger honing
viel het ook wel mee - of tegen, het is maar
hoe je het ontschrijft.  Wat rest ons nog ?
We pakken 's ochtends onze carrièretassen in
en voeden de routine van het kleine weten :
huissleutels, de boodschappen, een pinpas delen,
vier cijfers om ons geheugen te bespelen.
Hoe we ooit de code kraakten zijn we al lang vergeten.

 

Joost Zwagerman uit "Bekentenissen van een pseudomaan"
Uitgeverij De Arbeiderspers  - 2001

!cid_001301c48cd1$69114710$94aa5351@uwogn5awoyl7b3

 


 

 

 

    

 

 

19:30 Gepost door Iris in Algemeen | Permalink | Commentaren (6) | Tags: poezie, zwagerman |  Facebook |

02-11-06

STAD IN POÊZIE

Antwerp.In de vorige posting had ik het over Kortrijk.  Vandaag trok, kuierend  in de Openbare Bibliotheek,  een alleraardigst boekje mijn aandacht.  Een verzameling gedichten van bekende en minder bekende dichters over onze grootste stad van Vlaanderen, de stad van de Sinjoren.

Als pittig tussendoortje en als aanloop naar het weekend, citeer ik hier een paar poëtische bedenkingen over Antwerpen.

 

Bezoek aan de zoo

Wij zochten naar wat dodelijk was : de vogelspin,
de piranha's, de ratelslang.  Over het glas,
waarachter de huiver lag, gleden onze vingers
tussen de stilten van beweging.

Uitrustend op witte tuinbanken raakten wij
niet uitgekeken op de zovele imitaties van leven,
waarin de hemels geschilderd zijn, de vergezichten
dichtbij en de rotsen van eigen makelij.

Wij zochten naar wat dodelijk was en speelden
dit spel als een schaker die zich,
schijnbaar verstrooid, verschalken laat.
Blij dat scheiding ons de angst ontnam.

Eddy van Vliet

Antwerp.1a

 

Thuis

Ik kijk naar buiten, naar het uitzichtloze
dat nu stilaan mijn uitzicht is geworden;
een klimroos zonder rozen, verdorde
dingen, een door koude bij mekaar gebeden
rijm op alle takken, de oude klare
mare van de winter, alles is helder niets.
Een tuin vol mist.  Vastgevroren verleden.

En een nergens willen thuishoren
dat hier wil blijven.  Ik.  Jij.
En een verloren
zijn dat makkelijk te vinden is;
Berchem, Cogels-Osylei.

Herman de Coninck

Antwerp 2a

 

Antwerpen (park)

Het park is wijs met zijn bewusteloze bloei en kinderen.
Hun ratels trekken zinnige spiralen door het groen.
Mijn wandeling schrijft een nul, mijn voeten lezen
rustig en voldaan de sporen in de paden.
Ik woon onder lachende ganzen en ouden van dagen,
exotische bomen en gastvrije grassen.

Ik kan je nu bezoeken en de zomer zonder drift over je
lichaam leggen.
Ik kan je nu verlaten en me 's nachts alleen met stilte
ondergraven in een zwart en lastig bed.
De slaap is mijn natuurlijk element, de eenzaamheid
mijn opgang in de grondeloze droom van dingen en
dieren.
Ik leer de tijdeloze data van mijn kort bestaan,
berustend
In het vonnis van een dode taal die mij geschiedenis in
het persoonlijk vlees heeft neergelegd.
Ik kijk naar jou;
Een ander heeft al vroeger onze liefde opgeschreven.

Leonard Nolens

Antwerp.3a

Uit : Antwerpen - De stad in gedichten - samengesteld door Philip Hoorne - 2003 Uitgev. 521  Spiegelgracht - Amsterdam

 

19:59 Gepost door Iris in Algemeen | Permalink | Commentaren (4) | Tags: poezie, antwerpen |  Facebook |

26-10-06

MOEDERS/DOCHTERS

moeders 2

Moeders en dochters.  Het is en blijft iets speciaals.  Als men de reklamewereld mag geloven dan schotelt men een moeder voor als DE beste vriendin van haar dochter en dochterlief die geen geheimen kent voor haar moeder-vriendin.

Bij het zien van deze flauwekul kan ik er nu gelukkig om lachen en moet ik dankbaar toegeven dat ik dit reklameprofiel de laatste jaren min of meer benaderd heb. 

Ooit is het anders geweest toen mijn twee tienerdochters zich losrukten van moeders veilige vleugels, op zoek naar avontuur en zelfbeleving, op zoek naar de duistere kantjes van hun bestaan die tenslotte het echte leven aanvullen.
Hoe ontelbare keren hebben ze mij ’s nachts uit de slaap gehouden totdat ik hun brommergeluid de oprit hoorde indraaien en het grint knarsend uiteenspatte ?

Hoe ontelbare keren stonden hun dampende borden tergend af te koelen terwijl ik extra traag het mijne vermaalde en uiteindelijk toch de tafel diende af te ruimen ?

Hoe vaak heb ik met een rood hoofd en zwijgende mond moederziel alleen de vaat gedaan terwijl mijn twee studenten uitgerekend op het moment van de huishoudelijke rituelen zich dringend moesten voorbereiden op alweer een zware toets ?

Oudere en meer ervaren vriendinnen susten me telkens weer dat het beteren zou als zijzelf een gezin zouden hebben, dat ik nog wat geduld moest uitoefenen. Van geduld gesproken, wetende dat onze kinderen alsmaar langer studeren !

Enfin, 25 jaar bij de oudste en 23 bij de jongste heb ik dat geduld opgebracht vooraleer, op straat bij het boodschappen doen, zich een dochter-arm  door de mijne wrikte en een warm lijf zich tegen me aan drukte en ik mijn moeder-status kon voelen.

Toen alweer een paar jaartjes later, mijn hoogzwangere dochter , letterlijk en figuurlijk, op mij begon te steunen zette ik trots mijn pauwenveren uit opdat ook andere mensen niet aan mijn moedertrots zouden voorbijgaan.

Vandaar dit prachtig gedicht van Lut De Block dat me in spiegelbeeld blijft achtervolgen….

 

Dochter en ik

We liepen beiden bloedend langs de Keyserlei.
Dochter en ik.  Geen woord was tussen ons,
geen misverstand.  Ook geen verband
tussen haar zwijgen en mijn gewild niet spreken.
Alleen hand die me het vallen zou beletten.
Een stomme steen, zei ze.  Opletten.
Het kind is moeder van de vrouw.

Ik bloei, zei ze toen ik haar zeggen wou
dat leven bloeden is en niet te stelpen.
Ze klaterlachte, kon het ook niet helpen.
Of bloeden niet een beetje bloeien is ?
En dat ze snakte naar gemis,
geluk, gelul, gelal van jongens in de straat.

Ooilam op mijn schoot, wat werd ze groot.
De lente was nog iel en zij zo blij,
Gewichtsloos liepen wij,
zo zij aan zij, en hand in hand
zo beiden bloeiend langs de Keyserlei.

Lut De Block

Lut 2

 

15:47 Gepost door Iris in Algemeen | Permalink | Commentaren (10) | Tags: relatie, moeder, dochter, poezie |  Facebook |

19-10-06

TIJD VOOR IETS ANDERS

vogeltrek 3Genoeg onder 't volk geweest de voorbije week.  In duistere zalen de stank van popcorn geïnhaleerd, emmers cola op de trappen zien meeheulen, knarsende frieten in mijn nek gevoeld, hier en daar nog een gsm-biep moeten verdragen tijdens de meest spannende momenten.  Onze filmweek zit erop.
Tijd voor iets anders, tijd voor een andere wereld en het kind in mij boven te halen.  Van vrijdag tot zondag verdiep ik me in de puurheid van kleinzoon Maurice, ga ik terug naar de verhalentijd en het onvoorwaardelijk aanvaarden voor wie ik in wezen ben.
Maar eerst nog even zweven in een Zen-moment.......

 

een vlucht gedachten

in de hoge vogeltrek
herken ik de vlucht
van mijn verlangen
naar een ontmoeting
waarvan ik de einder niet ken

in een dwarrelend blad
hoor ik het zweven
van mijn gedachten
naar een aanraking
die me dronken maakt

in deze oktoberschijn
zie ik de adem
van mijn zuchten
naar innige handen
die me zacht ontwaken

dankbaar voor je warmte
sluit ik mijn denken

18:05 Gepost door Iris in Algemeen | Permalink | Commentaren (13) | Tags: poezie, bezinning, kindzijn |  Facebook |

12-10-06

LITERAIRE LEZINGEN

PAARSE ZETEL

De paarse zetel-sessies in de Openbare Bibliotheek zijn opnieuw gestart.  Neen, ’t heeft niks te maken met de politiek of de Gentse coalitie. Dit zijn culturele over-de-middagpraatjes met bekende en minder bekende schrijvers.  De geïnterviewde neemt daarvoor plaats in een speciale met paars-overtrokken zetel. Deze eerste editie startte met niemand minder dan Jozef Deleu, dichter en publicist en vooral bekend als samensteller van het Groot (gezins)verzenboek en bezieler van Ons Erfdeel.

http://www.annettevandenbosch.nl/interviews/deleu.htm
In een kritisch open geest droeg hij zijn liefde voor de Nederlandse cultuur uit van Frans-Vlaanderen tot Friesland.  Ook bestuurslid van de VRT en co-redacteur van de Encyclopedie van de Vlaamse Beweging.  Hij klaagde falende beleidsmakers en “Vlaamskiljons” aan in opmerkelijke redevoeringen.
Zijn vaderland is de Nederlands taal.  In 2003 richtte hij nog een uniek poëzietijdschrift op, Het Liegend Konijn.  Recent verscheen van hem de dichtbundel “Hoe het licht wandelt”.

Deleu noemt zichzelf un Citoyen de la Frontière, is letterlijk geboren op de Belgisch-Franse grens uit een nest van zeven waarvan hij de jongste is.  Vader was een Franse landbouwer, moeder een Vlaamse.  Reeds vanaf het huwelijk van zijn ouders werd er overeengekomen dat de kinderen in ’t Vlaams zouden worden opgevoed.  Grenzen en begrenzing voelde Deleu als geen ander aan want ook in het ouderlijk huis werden er grenzen bepaald.  Al wat buiten de slaapkamer van de ouders betrof was in ’t Vlaams, maar binnen de slaapkamermuren spraken zijn ouders Frans.  Slim gezien van zijn ouders, meent Deleu.
Deze van jongs-af-aan-begrenzing heeft Deleu in zijn verder leven doorgetrokken tot zijn levensfilosofie :
“tracht niet alles te moeten, te kunnen, te kennen of te willen, tracht geluk na te streven binnen je eigen beperkingen door heel eenvoudig je begrenzingen te aanvaarden”.
Een wijs man die Jozef Deleu. Dit gedicht, omdat het de essentie van zijn persoon en werk indringend weergeeft.

 

Waar het op aankomt

 

Waar het op aankomt
de trein die niet
voortijdig stopt
in het station
de zon die niet ongezien
wegzinkt in zee.

Waar het op aankomt
een werkwoord vervoegd
in een goede zin
een vraagstuk opgelost
zonder vermogen
en zonder verlies.

Waar het op aankomt
een verlicht meer
en verliefd tot over
de oren. Het gaat voorbij
maar er blijft
overschot.

Waar het op aankomt
gerijpt in een eiken
vat reisvaardig
voor de overtocht
zonder overkant
als het moet.

 

(uit: Hazen troepen samen, 2000).

 

Deleu

15:26 Gepost door Iris in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) | Tags: literatuur, poezie, lezingen |  Facebook |

11-10-06

OVER BEWONDERING EN VERWONDERING

“Alle filosofie begint bij de bewondering en blijft bij voortdurende verwondering” was één van de voornaamste stellingen van Plato.  Dit indachtig begonnen we deze zonnige zomerse herfstdag alsof het de allerlaatste is en was. We kozen één van de mooiste plekjes in onze Vlaamse Ardennen : de streek rond de Kwaremont.  Dit is een echt wandelparadijs in een idyllisch landschap van glooiende heuvels, akkers en weiden met af en toe een serieuze kuitenbijter. Ondanks een soms felle bries konden we toch in T-shirt en short genieten.

DCP_3355
 
DCP_3352
 
DCP_3350
 
DCP_3351

De glooiende natuur nam me in haar beginnende herfstkleuren op, onder mijn stappen het ritselen van haar weggeworpen tooi, in mijn gedachten woorden en zinnen van Herman Hesse’s

 

Begin van de herfst

 

De herfst waait witte nevels aan,
het kan niet altijd zomer zijn !
En ’s avonds nodigt mij de schijn
van lamplicht vroeg naar huis te gaan.

 

De tuin is haast in slaap gesust,
slechts wingerd gloeit in zonneschijn
Al wordt ook hij heel gauw geblust,
het kan niet altijd zomer zijn.

 

Wat mij voorheen ooit heeft verheugd
bezit de oude, blije schijn
niet meer en brengt vandaag geen vreugd.

Het kan niet altijd zomer zijn.

 

O Liefde, wonderbare gloed

die steeds doorheen de last en lust

der jaren laaide in mijn bloed.

O Liefde, kan ook jij geblust ?

 

(uit In de tuin van Herman Hesse

 

Hoe zou het komen, vraag ik me dikwijls af, dat de Herfst zoveel inspiratie biedt, zoveel melancholie wekt aan dichters en schrijvers.  De kleurwisseling ? Het afleggen van zomerse tooi ? Het begin van winterse gloed en gezelligheid ? Het gevoel van weer wat verder in het leven te staan ? Of eeuwige verwondering over de bewondering…..

21:52 Gepost door Iris in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) | Tags: natuurn, wandelen, poezie, herfst |  Facebook |

10-10-06

POEZIE

 Uit de cursus Mens en cultuur gisteren een crème van een gedicht van Leonard Nolens mee naar huis genomen.

Als we moe zijn van het praten met elkaar zoeken we best de natuur op of verdiepen we ons in de puurheid van een kind.....

 

Vermoeidheid

Als wij, de grote mensen, moe zijn
Van het praten met elkaar,
Als wij moe zijn van het slapen
Met elkaar, het wandelen
En handeldrijven met elkaar,
Het tafelen en oorlog voeren

Met elkaar, als wij zo moe zijn
Van elkaar, van het elkaren
Van elkaar, dan zetten wij de kat
Op onze schouder, gaan de tuin in
En zoeken de kinderstemmen achter
De hoge hagen en in de boomhut.

En zwijgend leggen wij onze vermoeidheid
In het gras, en de jaren die zwaar
En donker sliepen in de zoom
Van onze jas ontbloten zich daarboven
In een jongenskeel en dansen op
En neer in een vochtige meisjesmond.

Als wij, de grote mensen, moe zijn
Van het praten,
Van het praten,
Van het praten met elkaar,
Gaan wij de tuin in en verzwijgen ons
In de kat, in het gras, in het kind.

Leonard Nolens

Nolens 2

 

 

07:31 Gepost door Iris in Algemeen | Permalink | Commentaren (14) | Tags: poezie, bedenking |  Facebook |

02-10-06

POEZIE

Onderstaand gedicht van Antwerps stadsdichter Bart Moeyaert las ik op de blog van vihke :

http://blauw.skynetblogs.be/ waarbij ik tevens een bezoekje aanbeveel

 

Kies

 

Bestaan kan iedereen.

Er zijn vraagt moed.

En wat de dichter doet

is pleiten voor het een.

Hij wil zijn leven niet

door wekkers laten leiden

of als een hond onthouden

dat hij kan slapen tot

het rinkelt naast zijn oor.

Hij bauwt niet na

wat hij soms uit

een mond hoort vallen

op tram acht, of met

een zwarte kwast over

een smoel geschreven ziet.

Zelf houdt hij niet

van vlekken maken,

maar als het bot moet

stelt hij dingen scherp

zodat het snijdt.

Hij woelt en spit graag,

graaft de scherven

uit de klei, haalt het beste

wat er is naar boven,

ook al weet  hij dat er

daardoor naast zijn hart

een stem blijft jeuken,

maar ach zo gaat dat

als de dingen moeilijk

worden en je bereid bent

met een pen van krijt

of kool te schrijven.

Hij is het best geplaatst

om iets over de gum

te zeggen, omdat hij

als geen ander weet

hoe leeg het is als hij

het blad omslaat, hoe snel

de fout, maar ook hoe klein

en hoe verlamd

een hand van angst.

En daarom juist blijft hij

in potlood denken,

want dat is volgens hem

het wezen van er zijn.

 

Bart Moeyaert

 

Bart 1

 

 

08:25 Gepost door Iris in Algemeen | Permalink | Commentaren (9) | Tags: poezie, verkiezingen |  Facebook |

01-10-06

ZOMAAR EEN POËTISCHE BEDENKING

blindheid is het
wat sommigen
doet verstaren
voor de glimlach
van een ander
die de schemer
licht geeft
en de donkerte
opflakkert
blindheid is het
die vuur spuwt
uit open ogen
en de glans
van liefde bedekt
met het stof
van kortzichtigheid
blindheid
verblindt
levenslicht

licht 2

 

09:02 Gepost door Iris in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) | Tags: poezie, leven |  Facebook |

07-09-06

EEN NIEUW SEIZOEN, EEN NIEUW BESEF, EEN NIEUW LOSLATEN

 

loslaten

namen in het witte zand
figuren op verse ademdamp
boodschappen in luchtbellen geblazen
echo's met de wind verder gedragen
kwetsbaar, uitwisbaar in hun bestaan

dagen en nachten op het ritme van de zee
waarin wij ons blijvend herhalen
als eb en vloed van wel en wee
als komen en gaan in ons bestaan

verlangens als zandkorrels omkneld
ontglippen onze neiging tot behoud
verzoeken onherroepelijk tot loslaten
op weg naar een nieuw zelfbestaan

 

15:16 Gepost door Iris in Algemeen | Permalink | Commentaren (10) | Tags: poezie, loslaten, levenscirkel |  Facebook |

05-09-06

EEN NIEUW SEIZOEN, EEN NIEUWE KLEUR

Of we willen of niet hij staat voor de deur : de Herfst, een nieuw seizoen met nieuwe invullingen en gegrifte herinneringen......

herfstemoties

de roestbruine dreef
badend in de vroege herfstgeur
vogels zich wakker fluitend
in de kale kruinen
van vochtige, grillige knotwilgen
vroeggrazende koeien, een schilderij
in de dampende ochtendnevel
eenzaam maar samen
met de vredige natuur
genietend van haar rust
haar stilzwijgen

lopend op een regenboog
van afgevallen bladeren
geritsel onder je voeten
en het vertrouwde ritme
van je ademhaling
alleen met jezelf
samen met de natuur

in een waas van lage woken
de plek van je herinneringen
duidelijk voelbaar
ergens in de streek van je hart
een opwellende weemoed
vanuit je middenrif
je borstkas doorborend
tranen aan d'oppervlakte komend
zich vermengend
met je hete ademlucht
teloorgaand
in het vroege ochtendgloren

 

Neen ik ben niet depri, de melancholie is evenwel nooit ver weg......

 

 

 

 

09:41 Gepost door Iris in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) | Tags: seizoenswissel, poezie, herinneringen |  Facebook |

09-08-06

NOSTALGISCHE POEZIE

Bij Loretta http://lorettarose.skynetblogs.be/ gaat het momenteel over "nostalgie".  Gedreven door dit mooi woord dat bij mij kleuren, smaken en geuren oproept, kwam ik uit op een tweetal gedichten van schrijver/dichter Erwin Mortier.  Als er iets is wat met onszelf meegroeit is het toch wel nostalgie.  Voor sommigen negatief klinkend, voor velen een warm gevoel van weleer.  Met het vorderen der jaren wordt nostalgie een soort van draagvlak, een platvorm waarop ons leven verder glijdt en waarop we onze vertelsels kwijt kunnen aan onze volgende generaties.

Per toeval( btw, ik geloof minder en minder in toeval) krijg ik een schattig boekje in handen met gedichten van Erwin Mortier (momenteel onze stadsdichter) gebaseerd op foto's van Lieve Blancquaert die als geen ander haar foto's een poëtische schaduw meegeeft.

 

Als kind gesloten deur de klink
te hoog te nauw de kieren.

Als kind het oor
en met de oren alles
zien - mijn moeder strijkend
stoom gesis om haar
beslagen polsen.

Het zwijgzaam ronken
van een scheepsflank op de dijk
en schommelende koeien -
schonken.  Mijn wereld

toen : rietkraag zondagsschilders
strijkmuziek - en dan : het on-

gehoorde ver voorbij
mijn trommelvlies - een spoorlijn
en twee horizonnen verder.

Vroeger kon ik staande in de badkuip
je navel als een derde oog
op mijn voorhoofd drukken, de kus
van een mond zonder tong, een zegel
een doodlopend gat.
Het moest voor de goedkoop,
dat baden met broers en ik naar
verluidt
maar dat bekken
was je buik
- ik zie je zitten,
wijdbeens
rondom ons in al
dat water
dat pas later brak.
Uit "Uit één vinger valt men niet" - Gedichten van Erwin Mortier
bij foto's van Lieve Blancquaert

De Bezige Bij - 2005 - Amsterdam

 

 

12:53 Gepost door Iris in Algemeen | Permalink | Commentaren (9) | Tags: nostalgie, poezie, fotografie |  Facebook |

27-07-06

VOORTVLOEIEND UIT HET VORIGE

door de jaren heen....

in de loop der jaren
werden onze activiteiten
herleid tot handelingen
werden die handelingen
nog slechts bewegingen

in de loop der jaren
werden onze handdrukken
herleid tot aanrakingen
werden die aanrakingen
nog slechts strelingen

in de loop der jaren
werden onze dromen
herleid tot gedachten
werden die gedachten
nog slechts mijmeringen

in de loop der jaren
werden onze verhalen
herleid tot zinnen
werden die zinnen
nog slechts woorden
rijker dan ooit

Iris

 


07:52 Gepost door Iris in Algemeen | Permalink | Commentaren (6) | Tags: mensen, overschouwing, poezie |  Facebook |

12-07-06

POEZIE

Schatplichtig

 

Ze slaapt en dat is stil.  Dan sneeuwt het in de kamers
Van het huis waarin ik woon met mijn vriendin.
Ze ligt er naakt en wit, een ademende steen
Een groot en lastig beeld waaraan ik mij moet stoten,
Een scherp gewicht dat ik moet dragen alle dagen,
Alle nachten dat haar slaap me uit de slaap houdt.

 

Ik ben met haar alleen.  Alleen met haar kom ik
De jaren afgewandeld want haar naam wijst me de weg
En in haar blik zie ik mijn blinde tijd weerspiegeld.
Ze ligt er naakt en wit, een ademende steen
Waaraan ik heel mijn bot bestaan geslepen heb
En slijp, ook als ik slaap en roepend van haar droom.

 

Leonard Nolens

Naar mijn gevoel één van de prachtigste liefdesgedichten, dit Schatplichtig van Leonard Nolens.

http://www.dbnl.org/tekst/bork001nede01/nole001.htm

De titel alleen al klinkt als honing, tederzoet. Hij wordt ook wel eens de prins van het postmodernisme genoemd. Een bekende uitspraak van hem is “Poëzie schrijven is beter dan praten”. Een interessante invalshoek voor al wie de zwaarte en inhoud van woorden niet kan bekoren. Ik heb hem eens ontmoet bij een lezing in het Poëziecentrum en inderdaad, hij praat met mate, soms met tegenzin en alleen als het echt moet.  Maar als hij zijn eigen schrijfsels voordraagt verwordt zijn poëtisch denken tot klaterend goud-gepraat.

De versregels van Nolens zijn kaal, hoekig met weinig natuur.  Hij is dan ook een stadsmens wiens habitat de grootstad is.  Daarin voelt hij zich thuis……daarin voel ook ik mij verwant.

 

 

15:18 Gepost door Iris in Algemeen | Permalink | Commentaren (10) | Tags: liefde, poezie |  Facebook |

11-07-06

POËZIE

Vanaf deze week begint Knack met “Een zomer van poëzie” en verschijnt er elke week een gedicht voorzien van commentaar.  Deze gedichten komen uit een selectie van 48 dichters die enfant terrible en nachtburgemeester van Gent Guido Lauwaert

nauw aan het hart liggen en waarvan zijn bundel,  De tweede stem, in januari 2007 verschijnt bij Roelarta Books.

De primeur, deze week, is voor Jozef Deleu, voormalig hoofdredacteur van Ons Erfdeel .

Zijn voortdurend in touw zijn om andermans literair werk te promoten, getuigt van literaire gedrevenheid.  Wat ik zo prachtig vind aan Deleu is dat hij gruwt van grote woorden, aanstellerigheid en de stelling dat een mens iets bereikt als hij opklimt op de sociale ladder. Een reflectie van zijn nuchter denken licht op in zijn poëzie. In het volgend gedicht van zijn hand kan men zijn persoonlijk oordeel bespeuren over hoe de schrijver, de dichter, het kleine wereldgebeuren dat zich groot voordoet, rond zich ervaart. De poëzie van Deleu zet aan tot denken, door de kaalheid van de zinnen, waarbij hij het aankleden overlaat aan de lezer.

“Ik ben een boerenzoon” is een uitspraak van hemzelf , die hij steevast laat horen, deels uit fierheid, deels uit provocatie. Het siert hem en mag het bij deze een bedenking wezen voor diegenen die enkel en alleen hun literair ego ’t liefst zelf aaien.

 

Dichter

 

Hij houdt de woorden
staande in de praalstoet
van de taal.

 

Van niets weet hij
alles. Van alles
weet hij niets.

 

Al in het voorjaar
ziet hij de bladeren
vallen.

 

Zijn testament ligt
klaar.  Alleen de blinden
heeft hij nooit mishaagd.

 

Jozef Deleu

 

15:53 Gepost door Iris in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) | Tags: poezie, levensbedenking |  Facebook |