14-11-06

LITERATUUR

RIMBAUD 2

Arthur Rimbaud wordt geboren op 20 oktober 1854 in Charleville.  Zijn vader, kapitein bij het Franse leger, is vaak uithuizig.  Zijn moeder, een boerendochter, voedt de kinderen met ijzeren hand op.  Al snel blijkt Rimbaud een intelligent kind te zijn; hij slaat jaren over op school en wint verschillende prijzen.  In die periode schrijft hij Ophélie tot op vandaag nog steeds beschouwd als één van zijn beste gedichten.

In 1871 vertrekt Rimbaud op 16-jarige leeftijd naar Parijs, op uitnodiging van de door hem bewonderde dichter Paul Verlaine .  Anvankelijk gaat Rimbaud inwonen bij Verlaine en diens echtgenote, maar in werkelijkheid ontwikkelt zich een homoseksuele relatie tussen beide mannen.
Vanwege de problemen die Rimbaud veroorzaakt (zijn minachting, arrogantie en gewelduitbarstingen) brengt Verlaine hem onder in een kleine Parijse kamer.
In juli 1872 vluchten beide heren uit Parijs via Arras, Charleville, Mechelen, Oostende en  Dover naar Londen waar ze aan de kost komen door Frans te onderwijzen.

Enige tijd later verzeilen ze in een hotelletje in Brussel, waar Verlaine, na een flinke ruzie, twee kogels afvuurt op Rimbaud.

Na het schietincident verzoenen beiden zich, doch Verlaine wordt tot 2 jaar cel veroordeeld en Rimbaud keert terug naar huis waar hij zijn gekende Une saison en enfer schrijft, dat hij evenwel in eigen beheer uitbrengt.

Daarna zwerft Rimbaud een tijdlang door Europa en de rest van de wereld zonder echter nog één gedicht te schrijven. Hij verblijft een tijdje in Aden (Frankrijk) waar  het huis dat hij daar toen bewoonde nu het Cultureel Maison Arthur Rimbaud geworden is. Uiteindelijk vestigt hij zich als handelsreiziger (o.a. in ivoor en dierenhuiden) en als wapenhandelaar in Harar, Abessinië.

In mei 1891 keert Rimbaud terug naar Frankrijk wegens een ernstig opgezwollen knie.  Hij wordt gehospitaliseerd in Marseille waar men tot de conclusie komt dat er zich een tumor  ontwikkeld heeft. Zijn been wordt geamputeerd in een poging zijn leven te redden, maar Rimbaud herstelt niet meer.  Uiteindelijk sterft hij, ondanks de liefdevolle zorgen van zijn zus, op 10 november 1891.

Merkwaardig detail is dat hij zich, volgens zijn zus op zijn ziekbed tegen zijn jeugdzonden gekeerd zou hebben, hetgeen ook verduidelijkt wordt in het hierboven beschreven “Breekbare dagen”  van Philippe Besson.

 

Une saison en enfer is het enige werk dat Arthur Rimbaud tijdens zijn leven heeft gepubliceerd.  Het bestaat deels uit poëzie, deels uit proza.  Aan de ene kant verhaalt het de stormachtige relatie tussen Verlaine en Rimbaud .  Aan de andere kant is het perfect mogelijk de twee hoofdfiguren (de dwaze maagd en de helse bruidegom) te zien als metafoor voor de tweestrijd van de dichter die getroubleerd is door twijfels.

 

Musea

In zijn geboorteplaats Charleville-Mézières is het Musée Arthur Rimbaud gevestigd in een oude watermolen.  Hier zijn o.a. de oude reiskoffer van hem te zien en reproducties van manuscripten.

Nog in 2004 werd in Charleville het Maison des Ailleurs geopend.  In dit voormalig ouderlijk huis van Rimbaud werd elke kamer ingericht naar de steden die hij bezocht en waar hij soms geruime tijd verbleef.  Er is ook een Rimbaud-wandeling te volgen met langs de route het Rimbauds standbeeld en zijn graf.

 

“Ik zal terugkomen met ledematen van ijzer, een donkere huid, een felle blik in mijn ogen.  Te oordelen naar mijn gezicht zal men denken dat ik tot een sterk ras behoor.  Ik zal goud bezitten.  Ik zal een lui leventje leiden en meedogenloos zijn.  De vrouwen dragen zorg voor deze harteloze invaliden, die terug zijn uit een warm land.  Ik zal uit de ellende zijn”

Arthur Rimbaud : uit Une saison en enfer - 1873

.

10:13 Gepost door Iris in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: wereldliteratuur, poezie, proza, rimbaud |  Facebook |