26-10-06

MOEDERS/DOCHTERS

moeders 2

Moeders en dochters.  Het is en blijft iets speciaals.  Als men de reklamewereld mag geloven dan schotelt men een moeder voor als DE beste vriendin van haar dochter en dochterlief die geen geheimen kent voor haar moeder-vriendin.

Bij het zien van deze flauwekul kan ik er nu gelukkig om lachen en moet ik dankbaar toegeven dat ik dit reklameprofiel de laatste jaren min of meer benaderd heb. 

Ooit is het anders geweest toen mijn twee tienerdochters zich losrukten van moeders veilige vleugels, op zoek naar avontuur en zelfbeleving, op zoek naar de duistere kantjes van hun bestaan die tenslotte het echte leven aanvullen.
Hoe ontelbare keren hebben ze mij ’s nachts uit de slaap gehouden totdat ik hun brommergeluid de oprit hoorde indraaien en het grint knarsend uiteenspatte ?

Hoe ontelbare keren stonden hun dampende borden tergend af te koelen terwijl ik extra traag het mijne vermaalde en uiteindelijk toch de tafel diende af te ruimen ?

Hoe vaak heb ik met een rood hoofd en zwijgende mond moederziel alleen de vaat gedaan terwijl mijn twee studenten uitgerekend op het moment van de huishoudelijke rituelen zich dringend moesten voorbereiden op alweer een zware toets ?

Oudere en meer ervaren vriendinnen susten me telkens weer dat het beteren zou als zijzelf een gezin zouden hebben, dat ik nog wat geduld moest uitoefenen. Van geduld gesproken, wetende dat onze kinderen alsmaar langer studeren !

Enfin, 25 jaar bij de oudste en 23 bij de jongste heb ik dat geduld opgebracht vooraleer, op straat bij het boodschappen doen, zich een dochter-arm  door de mijne wrikte en een warm lijf zich tegen me aan drukte en ik mijn moeder-status kon voelen.

Toen alweer een paar jaartjes later, mijn hoogzwangere dochter , letterlijk en figuurlijk, op mij begon te steunen zette ik trots mijn pauwenveren uit opdat ook andere mensen niet aan mijn moedertrots zouden voorbijgaan.

Vandaar dit prachtig gedicht van Lut De Block dat me in spiegelbeeld blijft achtervolgen….

 

Dochter en ik

We liepen beiden bloedend langs de Keyserlei.
Dochter en ik.  Geen woord was tussen ons,
geen misverstand.  Ook geen verband
tussen haar zwijgen en mijn gewild niet spreken.
Alleen hand die me het vallen zou beletten.
Een stomme steen, zei ze.  Opletten.
Het kind is moeder van de vrouw.

Ik bloei, zei ze toen ik haar zeggen wou
dat leven bloeden is en niet te stelpen.
Ze klaterlachte, kon het ook niet helpen.
Of bloeden niet een beetje bloeien is ?
En dat ze snakte naar gemis,
geluk, gelul, gelal van jongens in de straat.

Ooilam op mijn schoot, wat werd ze groot.
De lente was nog iel en zij zo blij,
Gewichtsloos liepen wij,
zo zij aan zij, en hand in hand
zo beiden bloeiend langs de Keyserlei.

Lut De Block

Lut 2

 

15:47 Gepost door Iris in Algemeen | Permalink | Commentaren (10) | Tags: relatie, moeder, dochter, poezie |  Facebook |