28-07-06

ROL-OVER-PATRONEN

Je hoort het van anderen, je ziet het op de buis, je leest het in de krant, je waant het ver van je bed, de hitte-slachtoffers.
Gisterenochtend, een flauw telefoontje seint mijn moeders laatste gefluister dat ze deze nacht uit bed gevallen is en reeds urenlang met de beste wil, doch aflatende kracht, aan haar pogingen tot recht krabbelen moet verzaken.
Snakkend naar een slokje water en een geradbraakte rug vinden we haar in een allerlaatste poging met de telefoon op de grond.  De ramen van haar flatje dampen als serre-wanden en snoert ook onze adem dicht.  Vliegensvlug alles open gegooid, een glas fris water aan moeders lippen gezet en een sijpelend washandje op voorhoofd gelegd.  We gaan door de knieën tot op haar hoogte en spreken zacht op haar in om rustig verder te ademen.
Schichtige beelden van witte uniformen  flitsen door mijn hoofd en elk een kant van moeder ondersteunend, tellen we tot drie, zodat we haar symmetrisch rechtop krijgen.  Steunen gaat nog net, stappen niet. We wachten en sussen ter plaatse  vooraleer onze schuivende pasjes op moeders maat met haar meetronen.
Weer zijn daar die schichtige flitsen en in een waas zie ik me met mijn kleinzoontje zijn eerste stapjes oefenen.  Ik betrap me ook nu op de mildheid van mijn aangeven, mijn aanmoedigen, mijn bemoederen….
Zachtjes verder dirigerend bereiken we de badkamer.  Wat volgt is een instinctief ritueel waarbij de rollen zijn omgekeerd.  Voor ik het goed en wel besef wordt ik de moeder van mijn moeder.  Intussen heeft mijn partner de huisdokter gebeld.

Opnieuw zijn daar die lichtende flitsen uit een ver verleden en zie ik mij in dezelfde situatie, voorover gebogen, met mijn spetterende dochters.  Alleen…..moeder spettert niet, ze laat zich voor de eerste keer in haar leven gedwee overvallen door haar dochter.  Een lichte schok gaat door mij heen als ik dat hopeloos oud mensje, voor ’t eerst in ons bestaan, haar moederrol zie afstaan.

Ik geloof dat we op ’t zelfde moment,met vaststellende schrik, beseffen dat vanaf nu ons rollenpatroon is gedaan en hoe onomkeerbaar het zal zijn voortaan.
Terug thuis kruip ik hoognodig in mijn wereld van Zen, blaas ik die eerste vastgestelde stoom af, laat ik indrukken op me af, ban ik negatieve gedachten uit, laat ik “zijn” wat “is”, besef ik dat een nieuwe wending is aangebroken, dat ik mijn mantel van kindzijn voortaan moet afgooien, hoe verschillen stilaan naar elkaar groeien en tegenovergesteld in elkaar opgaan.
Plots herinner ik me mijn huisartse die me ooit als diagnose op mijn steeds weerkerende lichamelijke klachten de term “sandwich-generatie” meegaf.  Een soort tussenstand in ’t leven, een soort kerktoren die ’t midden houdt tussen het aftakelend verleden en een opbouwend heden.  Ze heeft gelijk, nooit eerder voelde ik de gelijkenissen tussen mijn moeder en mijn kleinkind zo tastbaar en moest ik de kringloop van ons bestaan zo letterlijk ondergaan.  Nooit eerder ben ik stilgestaan hoe centraal ik nu in ’t leven sta en hoe waardevol mijn rol als sandwich-woman is toegeslaan.