07-08-06

OVER ZONDAGRUST EN BEGIJNTJES

Wat me zo uitdrukkelijk opvalt is dat veel mensen eigenlijk geen raad weten met hun zondag, DE rust- en/of ontspanningsdag, per definitie, van de week.  Sommigen vallen dan in een leeg gat.  Vooral dan de vrouwen wiens mannen er HUN sportdag van maken, lopen zich te pletter van verveling.  Vandaar waarschijnlijk dat opgevuld gat in de markt voor de vele meubelzaken die zich naast hun koopwaar er nog een horecabrevet bij haalden.  Dan hoor je of zie je bij hun reclamespot een aanbod van “verse tong met frietjes”.  Van controverse gesproken.  Precies of men zou in een restaurant er, meteen na het eten, ook voor een kampeeruitrusting terecht kunnen.  Je reinste waanzin, vind ik.

Er zijn daar natuurlijk geen statistieken over, maar ik vermoed dat mensen zonder doel, noch interesses, tenzij enkel en alleen in het shoppen, schrik hebben van die zondagse rustdag.  Schrik om zichzelf tegen te komen en met zichzelf geconfronteerd te worden.  Of is het die ondraaglijke doodse stilte tussen partners die elkaars niets (meer) te zeggen hebben ?

Nu, veel wordt er tussen mij en mijn partner ook niet gesproken, ’s zondags, tijdens ons natuurstappen en toch horen we elkaars denken en voelen we elkaars vragen en knikken we elkaar toe op ongehoorde antwoorden, als een soort van akkoorden.  Maar bovenal is er dat genieten, dat onthaasten, in de rust en stilte van moeder Natuur.  Soms helpt die stilte ons een handje als ze onze wandeltocht even omleidt door één van de twaalf begijnhoven die ons landje nog rijk is.  Zoals vorige zondag kwam het begijnhof van Hoogstraten, onder bescherming van de Unesco, aan de beurt.

Leuk is dat zonder enige aangeving de mensen zo’n mystiek oord betreden alsof ze een kinderkamer binnen sluipen; opeens wordt hun spreken een zacht gefluister en bijna gaan ze op de tenen om de heersende stilte extra kracht bij te zetten.  ’t Is een pracht van een begijnhof daar in Hoogstraten, voor het grootste deel bewoond en met een schattig beeld van een modern uitgewerkt begijntje als blikvanger.

Telkens nemen mijn gedachten dan dit sereen kader over en dan zie ik al die vroegere jonkvrouwen zo voor me.  Vaak gegoede dames die het juk (toendertijd ) van een man wijselijk ontvluchtten door hun bezittingen af te staan aan de kerkelijke instanties, in ruil voor een mystiek, ten dienste van het christelijk geloof, leven.

Vrij van voortplanting, noch kindergedoe, oefenden ze dagelijks uit waaraan ze zich ’t best konden uitleven : kantklossen, brood bakken, bloemperken en moestuintjes onderhouden, wassen, strijken, verstellen; dit alles binnen kraakwitte muren met als enige tijdmeter het klepperen van de begijnhofkerk.

En ’s avonds, als de schemer viel, grendelden ze zichzelf van de buitenwereld af voor een vredige, ongestoorde nacht.  Wijze vrouwtjes, die begijntjes, suffragettes avant-la-lettre !

Al zie ik mijn acajou geverfd kapsel toch niet graag onder zo’n pinguinkapje weggemoffeld.  Dan toch maar graag lief en leed gedeeld met een mannenmens….