14-09-06

OVER BOEZEMVRIENDSCHAPPEN EN HET VIRTUELE

Het zal misschien velen verwonderen maar hechte vriendinnen heb ik nooit gehad of onbewust nooit gewild, laat staan een boezemvriendin.  Neen, ik heb daar nooit in geloofd.

Ik heb wel een soort intuïtie om gelijk waar ik kom direct de juiste contacten te leggen en in een mum van tijd zit ik in een goede babbel of gefilosofeer - dat kan zowel met een dame of een heer- wat me achteraf telkens weer een verrijkend gevoel en soms een andere kijk geeft.
Nu na vele jaren besef ik eigenlijk dat ik het niet nodige achtte mijn diepste zielenpijnen prijs te geven, althans niet tegenover een ander persoon.  Wel op papier, daar kan ik steeds mijn emoties, mijn drijfveren kwijt, zij het dan indirect, eerder omfloerst en met een poëtisch tintje. Diepe en hechte vriendschap maakt voor mij eerder deel uit van mijn partnerschap, van mijn levensrelatie dus.  Mijn levenspartner betekent voor mij zowel mijn boezemvriend, mijn vrijer, mijn kameraad waarmee ik lief en leed deel, diegene waarop ik voor immer en altijd kan steunen en voor wie ik er ook onvoorwaardelijk wil zijn; diegene die me mijzelf toelaat te zijn wie ik ben en vice versa wel te verstaan.
Boezemvrienden (vriendinnen) moeten volgens mij elkaar de nodige ruimte laten om dingen alleen te beleven of te delen met andere onbekenden en "last but not least" een ongelooflijk vertrouwen schenken en dat ben ik bij andere boezem-vriendschappen in mijn omgeving nog maar zelden tegen gekomen. Meestal eisen ze elkaar  verstikkend op en merkt men dat zo’n hevige vriendschap toch na jaren op de klippen loopt.
Waar ik wil komen is dat, deze namiddag, terwijl mijn partner zijn moeder in de home een bezoek bracht, ik mij aansloot bij een groep onbekende zielsverwanten voor een museumbezoek met gids (Van Ensor tot Magritte in het Museumpaviljoen Gent).  Meestal komen daar in elkaar verstrengelde, druk doende, vriendinnenparen op af, blij om bij elkaar nog eens hun geheimpjes kwijt te kunnen; hier en daar zit er al eens een enkele heer tussen en af en toe ook eens een koppel.  En natuurlijk ook van niets en niemand vergezelde dames, waaronder mijzelf.
En floep, ik had me nog maar bij de wachtende groep aangesloten of ik zat al in een leuke babbel met een andere mevrouw.  We voelden elkaar meteen aan en hadden het algauw over kunst, onze hobby’s en interesses.  Twee vrouwen die elkaar occasioneel vonden door de kunst.  Twee vrouwen die zich in eigen vrijheid van keuzes en zijn niet hoefden te binden aan elkaar, geen rekenschap dienden af te leggen, wetende dat ze na de rondleiding elkaar ’t allerbeste verder zouden toewensen en uit elkaars gezichtsveld zouden verdwijnen, met de verrijking van zielsverwanten die komen en gaan en in hun kort maar diep gesprek elkaars verrijking hebben toegestaan.
Zo ervaar ik ook deze blogwereld : niets hoeft, alles kan op eigen goedvoelen, in eigen vrijheid van komen en gaan.  Misschien dat ik me daarom zo goed voel in het virtuele…..