09-11-06

POEZIE

zwagerman 3Nadat ik voor 't eerst kennis maakte met de proza van Joost Zwagerman ben ik door zijn poëzie gaan bladeren dat van een gans ander kaliber is.  Daar waar zijn romans vlot lezen, is zijn dichtkunst zwaardere koek.  Zijn gedichten vragen om herlezen, hermalen en heel veel stilstaan totdat ik tot de conclusie kwam dat die vent verdomd goed kan dichten.

Uit zijn bundel Bekentenissen van de pseudomaan

Woord vooraf :

Volgens Van Dale is een pseudoloog iemand met een onweerstaanbare neiging om gefantaseerde belevenissen als waar te vertellen.
De pseudomaan die (nog) geen plaats heeft gekregen in de Van Dale (aldus Zwagerman) is iemand waarvoor de waarheid een verre en vage luchtspiegeling is.
De pseudomaan wil zich tot de wereld bekennen.

Ik doe hierbij de meest toegankelijke greep uit deze bundel :

Augustus, vrijdagmiddag

Er is nu zoveel aangelengde zomer
Op de caféterassen in de stad
dat ook het zwerfvuil meedoet
aan de sfeer van museale films.
Zoals zelfs de zon zich nestelt zodra jij haar vangt.
Dat ene shot : niemand beweegt, jij

     lucht blauw als reclame voor comfort,
     opgewreven auto's parkeren baltsend in,
     mannenlach, honden zelfverlengend aangelijnd,
     driemaal een vaasje en
     voor die stoot daar één met ijs,
     ok ?

van alle meisjesarmen nog wel het allerminst.
Naast je ben ik strandzand, havenhoofd,
zenderkleurig, volleybal.  Van alle harken thuis.
Ik bestel voor twee en jij stilt mee,
onderuit een beetje.  O, je potloodpolsen,
wee je gebeente, niets dan factor 6 achter je ellebogen.
Je navigeert het terras tot stille concentratie,
niemand die nog iets om handen, zelfs geen sigaret
want ook de automaat heeft tropenrooster.

 

Bij elkaar

In het begin niets dan witte hitte jij en ik.
Steeds weer moest de liefde minstens
een Chinees vuurwerk van de zinnen zijn,
een alternatief uitspansel bijeenbemind -
o, die hoogmoedblaf van jonggelieven.

Inmiddels is de streng van jou naar mij
door louter compromis aaneengeregen
en met de geur van hoger honing
viel het ook wel mee - of tegen, het is maar
hoe je het ontschrijft.  Wat rest ons nog ?
We pakken 's ochtends onze carrièretassen in
en voeden de routine van het kleine weten :
huissleutels, de boodschappen, een pinpas delen,
vier cijfers om ons geheugen te bespelen.
Hoe we ooit de code kraakten zijn we al lang vergeten.

 

Joost Zwagerman uit "Bekentenissen van een pseudomaan"
Uitgeverij De Arbeiderspers  - 2001

!cid_001301c48cd1$69114710$94aa5351@uwogn5awoyl7b3

 


 

 

 

    

 

 

19:30 Gepost door Iris in Algemeen | Permalink | Commentaren (6) | Tags: poezie, zwagerman |  Facebook |